Selecteer een pagina

Oog in oog met de schrijver Fjödör Dostojewski. Niet letterlijk natuurlijk. Ik sta voor zijn graf op één van de drie begraafplaatsen van het Alexander Nevski klooster. Mijn vrouw leidt toeristen rond. Ik mag een dagje mee. Met toestemming van de toeristen uiteraard. Een echtpaar geïnteresseerd in beeldende kunst en literatuur. In deze tijd van het jaar, de herfst, is het melancholisch toeven op de begraafplaatsen van het klooster. Goudkleurige bomen in een waterig zonnetje. Alles doet denken aan de naderende dood. De meeste graven zijn eenvoudig, maar er staan ook immense bouwwerken. Complete gebouwtjes soms. Ik zie een graf waarop een gebeeldhouwde vrouw in een dramatische pose over de kist van haar man ligt. De handen wanhopig ten hemel gestrekt. Wie van de twee heeft dit zo laten vervaardigen? De weduwe, of de overleden man via zijn laatste wil? Dat maakt een groot verschil.

Er zijn drie begraafplaatsen. De oudste is een verzameling stenen zerken, die schots en scheef over dit gebied zijn uitgestrooid. Deze graven worden nauwelijks nog bijgehouden. Je moet je inspannen om de namen op de stenen te ontcijferen. Hier verblijf je in anonimiteit. Op de volgende begraafplaats, iets minder oud, komen we de eerste bouwwerkjes tegen. Arme Russen worden welvarender. Dat is terug te zien aan de graven. Vaak vierkante constructies, waarop de naam of de namen van de overledene staan. De hele constructie rust op de vier bollen onder de hoeken. Mijn vrouw legt uit, dat je hemel pas binnengaat, als je los bent van de aarde. Op deze manier helpen ze –symbolisch- een handje. Op de derde begraafplaats vindt men graven van beroemdheden. Buiten Dostojewski, liggen hier: Tsjaikovski, Rimski Korsakov, Moessorgski, Rubenstein en anderen. Het is de meest moderne van de drie.

Een paar jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag van mijn vrouw een uitstapje naar Staraya Russa cadeau. Staraya Russa betekent: oude Rusland. Een tweedaags uitstapje naar een klein stadje zo’n 150 km ten zuiden van Sint-Petersburg. Waar Dostojevski een aantal jaren heeft verbleven. Zijn woning is nu een museum. Het stadje zelf staat bekend om zijn geneeskrachtige bronnen.

Staraya Russa is een slaperig stadje. ‘s Avonds is er de hangjeugd op lawaaierige bromfietsen. Centraal in het stadje: een groot zanderig plein, waar ze samen scholen en illegale wodka drinken. Er is niets te beleven. Overdag is dat anders. We wandelen in een gezellige drukte naar de bronnen. Fonteinen spuiten hoog op. Op lange wandelpaden lopen gasten van het kuuroord. Sommige hebben een flesje water in de hand. Daaruit nemen ze af en toe een slokje. Bij de waterkranen staan lange rijen. Iedereen heeft een flesje of een bekertje bij zich. Eenmaal aan de beurt laaft men zich gulzig aan het genezende water. Zonlicht verspreidt zich in de druppels die de fonteinen opwerpen. Het is een prachtige dag. In dit decor leefde Dostojevski met zijn vrouw en twee kinderen. Hier schreef hij aan zijn romans.

De vrouw aan de kassa is ook de kaartjesknipper. Een Russische gids leidt ons rond. Een eenvoudig huis aan een rustig water. ’s Winters koud. ‘s Zomers aangenaam. In de woning zien we zijn werkkamer met bureau en een eenvoudig eenpersoons bed. We zien kinderkamers. De slaapkamer van de echtelieden met het grote bed. Zijn schrijfplek. Verder heel veel foto’s aan de muren. De belangstellenden zijn vooral Russen. Russen en cultuur is een gelukkig huwelijk. Voor de oprechte fan van deze schrijver is het smullen. In 1880 verlieten ze dit huis om zich permanent in Sint-Petersburg te vestigen. De schrijver is er overleden. En zoals we nu constateren: hij is er ook begraven.