Selecteer een pagina

 

Er is een ‘Nederlands gelegenheidskoor’ op bezoek. Ze verzorgen drie optredens in de culturele hoofdstad. Ik mag een videoregistratie maken van hun verblijf aldaar. Vandaag treden ze op in concertzaal van de Herzen Pedagogische Staatsuniversiteit, samen met het Silver Strings orkest, dat op de traditionele Russische snaarinstrumenten domra en balalaika speelt. De muziekuitvoering staat voor vanavond gepland, maar nu -’s middags- zijn de repetities. Om de registratie te verrijken ben ik bezig met maken van sfeerbeelden.

Ik dwaal door holle gangen en ruimten. In een hal tussen twee gebouwen vang ik geluiden op, die  me angst aanjagen. Het lijkt alsof er iemand gemarteld wordt. “Ieeh, Aaah. Ieeeh Aaah!”, klinkt het. Een ritme van ‘ie’ en ‘a’ klanken. Iets verder tref ik een vrouw in minirok en witte blouse. Ze staat rechtop, houdt de vingers van haar handen tegen elkaar. Haalt geconcentreerd adem. Hierop volgen de klanken ‘ie en aa’. Ze doet oefeningen in een ruimte waar akoestiek is. Ze is een van de solisten, die vanavond met het Nederlandse koor optreden. Ik besluit haar concentratie niet te verstoren. Zeg haar met een hoofdknikje gedag en ga verder.

Op het balkon van de concertzaal heb je een mooi overzicht. Proef de sfeer van de ruimte. Mooie schilderingen, bewerkte pilaren, rode gordijnen. De Nederlandse dirigent komt een praatje maken. Omdat het koor gebruik maakt van Russische solisten heeft hij even vrij. De Russische dirigent van het orkest en de solisten is nu bezig. Ik zie een mooie kroonluchter. Zet de camera aan.

Terwijl de camera loopt wordt mijn aandacht getrokken door de vrouwelijke sopraan.  Ze zingt een solo uit een opera van Verdi. Door haar zang vergeet ik alles om mij heen. Ik ken het stuk. Ik weet, dat ze toezingt naar de hoge C. Haar stem raakt mijn ziel. In de aanloop naar de hoge C, grijpt ze me bij de kladden. Ik heb geen excuses. Ze tilt me op: no escape. Seconden duurt dit moment . Dan komt het: de laatste noot. Hij knalt dwars door mij heen. Ik grijp de balustrade vast. Er komt geen eind aan. Wat een zuiverheid. Wat een perfectie. Dan is het stil. Het is klaar. De Nederlandse koorleden die blijkbaar hetzelfde ervoeren applaudisseren. Het gaat nota bene om een repetitie.  Ik zet de camera uit.

’s Avonds is er de officiële uitvoering. Ik sta achter de camera en ik wacht op mijn sopraan. Groot is mijn teleurstelling als blijkt, dat niet zij, maar een ander verkozen is om de solo’s  te zingen. Ik heb haar naam nooit kunnen achterhalen. Haar nooit meer horen zingen.

Naderhand heb ik me een aantal keren afgevraagd, of ik mogelijk, beïnvloed was, door de sfeer van dat moment. Dat ik daardoor openstond voor alles wat er daar passeerde. Omdat ik een videoregistratie heb, kan ik het fragment opnieuw beluisteren. Bekijken heeft geen zin, want de beelden van die opnamen laten alleen een kroonluchter zien. Het gaat om het geluid.

Als ik haar stem hoor merk ik, dat ik in dezelfde vervoering raak. Wat een zuiverheid. Bij de hoge C schieten de tranen mij in de ogen. Dit valt niet met woorden te beschrijven of uit te leggen. Dit is fenomenaal!  Ik ben maar een eenvoudige Nederlander. Dit is van wereldklasse. In mijn euforie denk ik, als ik ooit genoeg geld heb, dan zoek ik deze sopraan. Dan steun ik haar in haar kansen. Dan breng ik haar naar de Westerse  wereld. Deze vrouw moet ontdekt worden. Moet de kans krijgen. Ik beloof het. Ik zal haar zoeken en terugvinden. Dat is, wat mij te doen staat.