Er is iets te vieren. We hebben een tafel gereserveerd in het Armeense restaurant, bij ons in de buurt. Het restaurant zorgt voor het eten. Wij mogen zelf de drank meenemen. In de lokale supermarkt halen we wijn. Dat is een hachelijke onderneming, aangezien de Russen geen wijndrinkers zijn. De naam : Bordeaux is bij de meeste Russen nog wel bekend, maar voor een beetje Franse kwaliteitswijn betaal je hier al gauw tien tot vijftien euro. Er is wel goedkope Chileense wijn. Zuid Afrikaans, of Australisch: totaal onbekend. We kopen 4 flessen Georgische wijn. Een gangbare wijn in Rusland. Deze is van goede kwaliteit en in de aanbieding. Twee flessen wit erbij. En natuurlijk de fles met Russische champagne.

De gerechten in dit restaurant zijn pizza-achtige koeken, platte taarten met spinazie en kool, of vlees met groenten. Er wordt veel kaas in verwerkt. Nadat de champagne is geopend wordt er geproost. Mijn vrouw houdt een korte toespraak. Bedankt eenieder voor zijn komst. Het feest kan beginnen. Ik zit naast een docent aan een van de universiteiten van Sint-Petersburg: Igor Vaslov. Hij spreekt nauwelijks Engels, maar ik heb ‘Google translate’. Na wat algemeenheden. Na wat glazen Georgische wijn durf ik hem wat door te vragen over zijn moederland. Ik vat samen wat ik zin na zin van hem te lezen krijg.

“Ondanks de grotere vrijheid, die wij genieten, verlang ik ook terug naar de Sovjet tijd. Het was vertrouwd allemaal. Er waren zekerheden. Altijd werk. Goede gezondheidszorg. Goed onderwijs. Natuurlijk: er was geen ruimte voor een kritische mening. Het reizen naar het buitenland was een moeizaam proces. Maar als je dat kon negeren was het er goed leven.

Nu hebben we alle vrijheid. Maar we hebben een mager salaris. Absoluut niet voldoende. De gezondheidszorg is corrupt en slecht. Onderwijs moet het doen met onvoldoende middelen en slechte salarissen. Het is overleven. De overheid zorgt slecht voor haar eigen volk. De overheid denkt alleen aan zichzelf. Zelfverrijking  bij onze leiders is gemeen goed. Iedereen weet dat het gebeurt.

Russen houden van traditie. Daarom ook ieder jaar de herdenkingen, de parades, de huldigingen. De mensen hier hebben angst voor veranderingen. Als je kijkt naar de televisie: hoeveel jaar al dezelfde programma’s met dezelfde presentatoren. Als je kijkt naar muziekshows. Steeds weer dezelfde artiesten: jaar in jaar uit. We zullen moeten veranderen. Of we Kapitalistisch moeten worden? Ook niet zo’n bijzonder systeem. Een vorm tussen Communisme en Kapitalisme misschien?”

Ik werp tegen dat het Kapitalisme niet meer te stoppen valt. “Geld is macht. Geld bepaalt de wereld”.

Hij zucht, schenkt zichzelf nog een glas wijn in en zegt dan: “ik dacht dat jullie het zo goed hadden? Niemand gaat er daar dood van de honger. Gezondheidszorg op een hoog peil. Onderwijs op een hoog peil”. Ik antwoord, “als je maar betaalt”.

Hij fronst de wenkbrauwen, “Het lijkt een beetje op wat hier gebeurt. Is jullie overheid corrupt?”

“Ze proberen het wel, maar als de pers er achter komt, zijn ze de pineut”.

“Wat gebeurt er dan?”

“Vaak ontslag, of stoppen met een functie. Terugbetalen. Heel af en toe gevangenisstraf”. Igor kijkt verbaasd. “Echt waar, worden die mensen gepakt en gestraft?”

Dat laatste moet hij verwerken. Hij neemt nog een glas, eet wat spinazietaart. Daarna vraagt hij mijn vrouw ten dans. Ik zie hem dezelfde vraag stellen als zo-even aan mij. Worden corrupte mensen in Nederland gestraft? Mijn vrouw knikt ja. Ze kent ons land goed. Igor schudt het hoofd. Denkt zo’n tien minuten diep na. Staat op heft het glas: “Laten we feestvieren en drinken op Nederland. Gollandia, ljoebljoe!: Nederland ik houd van je!”.