In de meubelzaak begrijpen ze mij. In zijn beste Engels probeert de eigenaar mij de weg uit te leggen. Ik snap er niets van. Hij probeert het nog een keer, ziet aan mijn gezicht dat de boodschap niet overkomt. Krijgt een idee. Wenkt me. Neemt me mee naar zijn bureau. Daar staat een computer voor de administratie. Hij opent ‘Google Maps’. Vindt de plek waar wij nu zijn in Sjestrorecka. Tikt het adres in van de doe-het-zelf winkel. Op het scherm verschijnt een route. Ik ken het stadje inmiddels goed genoeg om te weten, waar we hier zijn. Ook om te weten, waar ik naartoe moet. De plaats van bestemming ligt in een flauwe bocht van de doorgaande weg. In de buurt een grote supermarkt. Ik bedank hem hartelijk. Stap op de fiets. 15 minuten later sta ik op een industrieterrein voor de ingang van de doe-het-zelf winkel. Ze verkopen er ook land- en tuinbouw producten. Misschien daarom deze ligging.

Binnen twee verdiepingen. Boven huishoudelijke artikelen, zoals roestvrij stalen pannen, servies en tuingereedschap. Beneden het echte klussengedeelte. Electra, sanitair, bouwmaterialen. Hier kan ik mij uitleven. Ik heb twee eenvoudige dingen nodig en één ingewikkelde. Ik begin met de twee fietssloten. Heb afdeling sloten al gezien. Hier moeten ook fietssloten zijn. Dat valt tegen. Bukkend vind ik niet wat ik zoek. De paden zijn nauw. Een man met een zwarte cementkuip worstelt zich al excuserend langs de winkelbezoekers. Ik besluit ‘Google Translate’ erbij te pakken. Ga naar een verkoper. Laat hem het woord lezen. Hij begrijpt het direct. Neemt me mee terug naar de sloten. Wijst naar diep onderop. Ik heb ze over het hoofd gezien. Er hangen twee fietssloten van een slechte kwaliteit. In Nederland wrikken ze die open met een schroevendraaier. Fietsendiefstal komt hier nog niet veel voor. Een stukje staaldraad met een slot voldoet. Net op dat moment passeert er iemand met een betonschaar. Een veeg voorteken?

Ik neem de sloten. Nu komt het moeilijke deel: ik heb een priem nodig. Bij het boren in hardhout en in de muren, moet ik gaatjes voor prikken. Daarmee blijft bij het boren de boor op zijn plaats. Belangrijk bij precisiewerk. Ik vind zo’n ding nergens. Grijp dus maar weer mijn mobiele telefoon. Ik laat het vertaalde woord aan de verkoper zien: Shilo. Hij denkt na. Overlegt met een collega. Dan loopt hij resoluut naar de afdeling boortjes. Er hangt hier van alles, maar geen priem. Ik ga het uitbeelden. Doe alsof ik met de nodige moeite een gat prik in een stuk hout. Draai er dan een schroef in. Mijn theater trekt de aandacht van omstanders. Weldra staan er drie klanten mee te praten over wat ik precies moet hebben. Ik roep nog maar eens shilo.

De één komt met een schroevendraaier. Ik zeg: Njet. De volgende komt met een set houtboren. Ik zeg: Njet. De laatste heeft niet goed opgelet, want die komt met een zaag. Het brengt me aan het twijfelen. Heb ik het zo slecht uitgebeeld? Ik zeg wederom: Njet. De werkelijkheid is, dat er in de winkel geen priemen verkocht worden. Het zal anders moeten worden opgelost. Ik zal het proberen met een hamer en een spijker. Dat lukt slecht.

Twee weken later ga ik weer naar de doe-het-zelf winkel. Ik heb een nieuwe boor nodig. De oude is versleten. Als de verkoper mij ziet komt hij direct op me af. Terwijl hij: shilo roept, brengt hij mij bij een rek met priemen. Een uitgebreid assortiment. Hij pakt zijn iPhone. Typt iets in. Ik lees: ‘gaatjes maken doe je met een goede priem. Anders werkt het niet’. Hij slaat de spijker op zijn kop.