Terwijl de treurnis van de bomen druipt, de grauwe lucht op onze hoofden rust, kale bomen een apocalyptisch landschap vormen, rijden wij in een taxi naar onze datsja. Het is de laatste keer dit jaar. Over enkele dagen slaat hier de winter toe. Genadeloze koude. En hoewel er mensen zijn die hier overwinteren, in goed geïsoleerde woningen, met toereikende kachels, is onze datsja hiervoor ongeschikt. Dus sluiten wij vandaag het water af. Verven de stammen van de appelbomen. En meer van dit soort zaken.

De taxi chauffeur is spraakzaam. Met hoge snelheid jaagt hij zijn Skoda over de lege weg. Af en toe passeren we een bord: slipgevaar. Mindert geen snelheid. Eerder nog trapt hij het gaspedaal wat dieper in. Hij is vijf jaar geleden ontslagen bij de plaatselijke kippenfabriek. Een fabriek zo groot, dat een heel dorp ervan kan bestaan. Alle arbeid is er overgenomen door Oezbeken. Stukken goedkoper. Hij besloot taxichauffeur te worden. Daar heeft hij geen spijt van. Vertelt, dat de kippen in zijn tijd een overdosis aan medicijnen kregen. Welke medicijnen vertelt hij er niet bij, maar dat het vlees er niet gezonder op wordt, is wel duidelijk. Mijn vrouw vertelt, dat ik geen vlees eet. Dat paddenstoelen voor ons een goed alternatief zijn. Hij reageert: voor mij geen paddenstoelen, dan maar kip. Ik antwoord: voor mij geen kip, dan maar paddenstoelen.

Hij zet ons af voor de deur. Een hek, dat de afscheiding vormt tussen een keien pad en ons grondgebied. We beginnen met het verven van de boomstammen. Dat vergt niet veel inspanning. We ruimen de overgebleven appels op en de gevallen bladeren. Ik neem mijn rust, kijk zo eens rond. De tuin van een datsja vraagt veel werk. Iets verder op ligt een keurig onderhouden moestuin. Alle gewassen in rechte percelen. Paden keurig aangeharkt. Een geordende composthoop. Van voren tuinafval erop, van achteren vruchtbare tuingrond er uit. De bewoners van deze datsja zijn er het hele jaar. Twee gepensioneerden. Ze leven buiten. De moestuin is hun lust en hun leven. Ik besef, dat je eigenlijk maar weinig dingen tegelijk kunt, wil je er het volle profijt uit halen. Een verzorgde moestuin laat weinig tijd voor andere activiteiten. Bij mij raken de zaken snel versnippert: een beetje schrijven, een beetje fotograferen, een beetje in de tuin werken, een beetje dit en beetje dat. Ik kan die reeks aanvullen met nog heel veel.

We spreken de vrouw van het echtpaar. Hun leven lang hebben ze hard gewerkt. Eenmaal met pensioen -ze ontvangen zo’n 400 euro per maand- hebben ze besloten hun verdere leven in de datsja door te brengen. Soms naar huis, voor betalingen, de dokter, of de familie, maar verder het hele jaar hier. Zijn nog nooit in het buitenland geweest. Dit is hun vakantie en hun oude dag. De datsja is er goed op ingericht. Geïsoleerd en een goede kachel. De kachel moet ’s nachts soms worden bijgevuld. Het vuur mag niet uitgaan. Het stookhout ruim van te voren klaargemaakt. Hakken, klieven, drogen. Hier draait het voortdurend om overleven. Er scharrelen wat kippen rond. Voor de eieren en de slacht. Het weinige dat ze zelf niet produceren, halen ze bij de datsja winkel. Extra geld uit de verkoop van overtollige producten.

Ik probeer me zo’n leven voor te stellen. Niet lang. Grijp automatisch naar mijn smartphone om te kijken of er mail is. Binnenkort ga ik met mijn vrouw een week naar het buitenland. Hun leven is in mijn ogen een sprong terug in de tijd. Saai. Maar ze zijn wel verbonden met de natuur. Ademen buitenlucht. Verzorgen planten en dieren. Wat is beter voor je innerlijke rust?