De directrice van de bibliotheek is enthousiast over mijn foto’s. Ik heb al eens geëxposeerd in hun tentoonstellingszaal. Dit leidt tot een onverwacht vervolg. De bibliotheek is bezig met een omslag. Ze schudden het oersaaie verleden van zich af. Maken zich op voor de 21e eeuw. De ruimtes waren bruin en donker. In lange rijen stonden er boeken te versloffen. Boeken die niemand ooit las. Hier profileerde men zich op kunst en cultuur. Fotoboeken, literatuur. Boeken over muziek. Boeken over schilderkunst. Het besef dring door, dat kunst en cultuur in deze tijd om een andere aanpak vragen. Veel boeken worden weggedaan. De tijdloze boeken blijven, maar er worden er media ruimten gecreëerd. Voorzien van frisse kleuren en gewaagd meubilair. Internet doet zich gelden. Bezoekers halen de wereld binnen. Cultuurstromen verfrissen een verouderd instituut.

Afijn, de directrice had bedacht, dat ik de medewerkers van de bibliotheek op de foto moet zetten. 30 mensen in totaal. 4 mannen, 26 vrouwen. De resultaten worden afgedrukt op grootformaat. In de verschillende ruimten van de bibliotheek worden de foto’s opgehangen. Ik ben zeer vereerd met deze opdracht. Over betalingen wordt niet gesproken. Dit is een vriendendienst. Trots vervuld mijn hart. Ik ga aan de slag. De vrouwen worden gesommeerd zich aan een fotosessie te onderwerpen.

Ik moet gebruik maken van locaties in het gebouw. Het liefst in hun werksituatie. Ben het hele gebouw afgelopen om geschikte locaties te vinden. De tweede verdieping met uitzicht op Nevski Prospekt voldoet aan de voorwaarden. Mooie standpunten, met zacht invallend licht. Mijn portretten zijn dichtbij-foto’s. Met name de vrouwen hebben zich voor de foto mooi gemaakt. De lippen gestift, de huid wat opgefleurd, het haar opgestoken, mooie oorbellen in. Ze zijn zenuwachtig. Ik weet ze op hun gemak te stellen. Het fotograferen kan beginnen.

De sessies verlopen in het algemeen soepel. Soms neemt iemand een kind mee. Of ik die ook even op de foto wil zetten. Doe ik in één moeite door. Maar het gaat om de vrouwen. Als ik door de zoeker kijk vallen me toch wat kleine dingetjes op. Het zijn niet meer de jongsten. Ik zie wat rimpeltjes. Kraaienpootjes bij de ogen. Soms wat verdwaalde haartjes. Een moedervlekje. Ik twijfel. De enige manier om dit te camoufleren is meer afstand nemen. Maar dat is niet mijn stijl. Door van positie te veranderen los ik de meeste gevallen op. Het blijft knagen.

De digitale bestanden heb ik ingeleverd. De directrice bedankt me omslachtig. Belooft me dat ze ermee aan de slag gaat. Uitzoeken, printen en ophangen. Na een paar weken kom ik verwachtingsvol de bibliotheek binnen. Ik loop door wat ruimten op zoek naar mijn resultaten. Nergens een foto te bekennen. Later op de dag spreek ik de directrice. Enigszins beschaamd vertelt ze me, dat de medewerkers de foto’s hebben afgekeurd. Ze vonden, dat ze er niet mooi genoeg opstonden.

Weer later loop ik door het gebouw. Ik zie een foto hangen. Een medewerkster bij een rek met boeken. Een totaal plaatje. Zo had het gemoeten: afstand. Niet te dichtbij. Door de hele bibliotheek hetzelfde type foto’s van de medewerksters. Totaalopnamen in een werksituatie. In zwartwit.

Ik kom medewerksters tegen. Beeld ik het mij in? Ze kijken me aan, alsof ze willen zeggen: zo had je het moeten doen. Jouw foto’s waren veel te confronterend. Wissen die bestanden.

Wat me opvalt, is dat sinds de fotosessies, de vrouwen zich anders zijn gaan kleden. Zich anders zijn gaan opmaken. Er was al veel aandacht voor het uiterlijk. Die aandacht heeft een duw gekregen. Daardoor lijkt het alsof mijn foto’s toch zin hadden: we kijken weer naar onszelf.