Het wordt al koud. We willen proeven van het leven. Daarom vertrekken wij naar de Finse Golf: de Finsky Zaliv. Wij doen wat veel Sint Petersburgers doen: het ontvluchten van de stad. De stad is hectisch. Alles beweegt. Je moet moeite doen om op de plek van je bestemming te komen. Iedereen in deze miljoenenstad wil ergens naartoe. Dat kost energie. Wat zich laat merken, als je in de metro zit. Mensen slapen er ’s ochtends. Mensen slapen er ’s avonds. Veel inwoners zijn aangewezen op het weekend, als ze de stad willen verlaten. In het seizoen staan er vrijdagmiddag en zondagavond grote files om de stad. Verkeer van en naar de datsja’s, of plekken zoals de Finsky Zaliv.

Ikzelf kom in dit gebied altijd in een uitbundige stemming. Het is een plek waar wat kuuroorden zijn verzameld. Mensen die daar verblijven zoeken rust en ontspanning. We zijn op weg naar de tennisbaan. Achter het strand ligt een open plek in het bos waar twee tennisbanen, een basketbal veldje en een volley bal veld zijn gecreëerd. Open voor iedereen. Vroeger werd hier fanatiek gesport. Tegenwoordig hangt het ervan af wie je treft. Of de persoon een net meeneemt. Anders spelen we, zoals nu, de bal naar elkaar. Mijn vrouw speelt goed tennis. Zij neemt me mee in haar enthousiasme. Ik probeer op mijn leeftijd er nog iets van te maken. Het gaat niet slecht, maar af en toe verdwijnt er een bal over het hek langs de baan. Soms is het een strijd in mijzelf, als de ballen niet doen wat ik wil. Ach iedere tennisser heeft daar last van. Ieder op zijn eigen niveau.

Na het tennis ben ik bezweet. Gaan we koffie drinken in het cafeetje in de buurt. Met uitzicht op het strand, waar mensen wandelen, met of zonder Nordic walking stokken. Vaak is de lucht hier open, terwijl het in Sint-Petersburg regent. Ook een reden om hier vaak te zijn. In de verte ligt de dam van Kronstad. De beschermt de stad tegen hoog water. Sluizen laten de zeeschepen door. Het aantal overstromingen van de benedenstad is sinds de dam er ligt, drastisch afgenomen.

Na een tijdje wandelen we verder het strand op. Naar ons favoriete café, met de toepasselijke naam: ‘Aan het strand’ (na plaadga). Hier is een groot terras. De eigenaar heeft er luidsprekers opgehangen. Hij heeft een muzieksmaak die bij ons past: veel jaren zestig nummers uit het westen. Als we aankomen draait net het nummer: ‘Strangers in the Night’ van Frank Sinatra. Ik pak mijn vrouw bij de armen en we dansen op het terras het hele nummer uit. De paar passanten kijken geamuseerd toe. Er is een ander echtpaar, dat direct volgt. Zo staan we snel met een aantal mensen op het terras te dansen. Klassiekers. Langzame nummers, zoals:  ‘Nights in white satin’, van de Moody Blues.

Wat een gek land is dit toch. Mensen hier zijn gevoelig voor enthousiasme, Snel mee te trekken in een feestje. Niets geen gêne. Nee spontaan meedoen: dansen, spelletjes, sport, Russen doen makkelijk mee. Het is koud. We gaan naar binnen. Tussen de mensen van het terras ontstaat een geanimeerd gesprek, waar ik natuurlijk weinig van begrijp. Als ze horen dat ik uit Nederland kom, moet ik over mijn land vertellen. Wat vooroordelen wegnemen. Iedereen wil een keer naar Nederland komen, omdat ze het een bijzonder land vinden. Geen politieke stekeligheden, geen wantrouwen tegen het westen. Mensen die elkaar ontmoeten. Die elkaar in principe vertrouwen. Enthousiast zijn over elkaars landen met hun specifieke kenmerken. Dit soort ontmoetingen, daar lees je weinig over.