Een snijdende wind in de nek. We bewegen naar een onzeker punt in onze waarneming. Een barre woestenij. Het is halfdrie ’s nachts. Een bleke maan beschijnt de sneeuwvlakte. Nieuwjaarsochtend. De Finse Golf.

We hebben oud-en-nieuw gevierd in een zaaltje van één van de sanatoria. Omdat we in ons appartement hier in de buurt verblijven, was dit een van de weinige opties. Tegen een aanzienlijk bedrag, hebben we te eten en te drinken. Er is een entertainer, een zanger, een vrouw die gedichten voordraagt en een illusionist. Om een uur of tien zijn we via het strand naar het sanatorium gelopen. Een wandeling van zo’n 25 minuten, normaal gesproken. Nu ligt er sneeuw. Dat maakt het lopen wat ingewikkelder. Dik ingepakt bereiken we de feestplek. Er staan zo’n tien tafeltjes voor 19 gasten.

Om halfelf starten de festiviteiten. De avond wordt vlot aan elkaar gepraat door iemand, die gelukkig ook goed Engels spreekt. De gasten stellen zich voor. Hierbij wordt gelijk duidelijk, dat ik uit Nederland kom. Het geeft de avond iets speciaals. In een hoek van het zaaltje staat een grote tafel waaraan de artiesten zitten. Opvallend, een man met geverfde wenkbrauwen en lange bakkebaarden: de zanger. Met een karaoke band brengt hij wat Russisch nummers ten gehore. Hij zingt goed. Beweegt zijn lichaam ritmisch, als hij optreedt. De twee vrouwen in zijn gezelschap stappen de dansvloer op. Dansen een stukje en nodigen de aanwezigen uit hun voorbeeld te volgen. Het effect is, dat bij ieder nummer de dansvloer gevuld is met dansende mensen.

Na afloop van zijn eerste optreden, komt de artiest op mij af. Zegt me dat hij vereerd is om voor mij op te treden. Ik antwoord hem, dat ik vereerd ben met zijn optreden. Hij lacht. Ik zie een slecht gebit. Vervallen glorie. Hij zet in op een nummer van Adamo: tombe la neige. Heel toepasselijk, want er ligt nogal wat van dat witte spul.

Twaalf uur staat iedereen op. Terwijl de grote klok van het Kremlin op televisie twaalf uur slaat worden de champagneglazen gevuld met Russische champagne. Precies na de laatste slag heffen we de glazen. Gezamenlijk roepen we: Novim Godom. Iedereen toast met iedereen. Het duurt even voordat ik aan drinken toekom.

Twee uur later is het nieuwjaar in Nederland. Ik word naar voren geroepen. Mijn vrouw vertaalt. Ik houd een korte toespraak op de broederschap van beide volken. Eer de gastvrijheid aan beide zijden en besluit met: ‘Een gelukkig nieuwjaar voor jullie allen’. Een welgemeend applaus klinkt. Tijd voor de illusionist. De meeste van zijn trucs lukken goed. Een van zijn trucs mislukt, omdat ik zijn Russische instructies niet begrijp, en dus niet goed opvolg. Hij neemt zijn verlies: “next trick is special for you”. Dat valt nogal mee. Hij tovert allerlei rode hartjes uit het niets en kijkt mij daarbij indringend aan. Ik weet niet wat ik ervan moet denken.

Nu zwoegen we op weg naar huis door een dikke laag sneeuw. Het kost moeite de overdag gemaakte loopsporen te volgen. Af en toe zak ik weg tot aan mijn knieën. Dan weet ik dat ik ernaast zit. Intussen blaast de wind in onze rug. We zijn goed gekleed, maar onder mijn muts kiert een kleine opening naar mijn nek. Die kou trekt door mijn hele lichaam. Ik schik de kraag en de muts beter. Daarmee los ik het probleem op. Warmte keert weer.

Eenmaal thuis kijk ik terug op een onvervalst feest uit de Sovjettijd. Ik heb me kostelijk geamuseerd. Goed gegeten en gedronken. Veilig thuisgekomen. Geen vuurwerk van dichtbij meegemaakt. Een jaarwisseling om nooit te vergeten.