In een portiek staat een jongen van en jaar of negen. Schichtig kijkt hij om zich heen. In zijn handen draagt hij een kleine kartonnen doos. Je voelt aan alles: hier is iets aan de hand. Hij is iets van plan. Ik bevind me in de hal van de flat, van een familielid van mijn vrouw. Wat ik hier schrijf is fantasie. Zo had het kunnen  gaan.

De tante van mijn vrouw is oud. Ze kan niet meer voor zichzelf zorgen, maar door de steun van haar kinderen heeft ze een paar dagen per week een verzorgster over de vloer. Een vrouw van een jaar of 50, die voor haar kookt. De boel schoon houdt. We gaan er wel eens op bezoek, vooral als er kleine technische klusjes zijn, die ik kan oplossen. Zo ook vandaag. Terwijl mijn vrouw stofzuigt, sta ik een paar gloeilampen te vervangen. Ik heb ze zelf gekocht. Met het oog op het milieu heb ik ledlampen gekocht. Zijn wat duurder, maar gebruiken weinig stroom en gaan een leven lang mee. Terwijl ik een bol zijn laatste draai geef, springt hij aan. Vergeten de schakelaar uit te zetten. Gelukkig weet ik wat ik doe. Geen gevaar.

Mijn vrouw slaakt een kreet. Ik spring van de stoel waarop ik sta. Loop naar de keuken, waar zij bezig is. Ze heeft een oude kalender vast. Achter de aangetaste bladen wriemelt een kluitje kakkerlakken. De trilharen wiegen alle kanten op. Snel zoeken ze een veilig heenkomen. Mijn vrouw weet er nog een paar plat te drukken. Wat te doen? Ze vertelt, dat in de Sovjet tijd in ieder huishouden kakkerlakken rondliepen. Er waren geen goede stofzuigers. Geen goede schoonmaakmiddelen en in de oude -meestal verwaarloosde woningen- waren voldoende schuilplekken. De laatste tijd werd ongedierte goed bestreden, wel met uiterst giftige middelen. Van plagen was geen sprake meer. Bestrijders van ongedierte verdienden geen kopeke meer. Zochten ander werk, of andere methoden.

Nu komt het jongetje in de hal van de flat in beeld. Mijn vrouw weet uit verhalen, dat ongediertebestrijders zichzelf aan werk helpen, door kleine kinderen flats in te sturen. De kinderen hebben een doos met kakkerlakken bij zich. Hun opdracht: vindt een verborgen plekje, liefst een beetje vies. Laat daar de kakkerlakken los. Verdwijn zo snel mogelijk. Zorg dat je niet gezien wordt.

Dit verhaal is niet verzonnen. Er zijn kinderen betrapt. Soms kwamen ze terug voor een tweede ronde. Altijd een doos met ongedierte bij zich. Wie hun opdrachtgever was? Geen idee. Een meneer had hen gevraagd dit te doen, in ruil voor vijftig roebel. Als er al politie aan te pas kwam, bleef het onderzoek steken op doodlopende sporen.

Mijn vrouw belt op naar een ongediertebestrijder. Als ze het adres noemt, reageert de man, dat in die buurt meerdere meldingen zijn binnengekomen. Dat hem dat niet verbaasd, zegt hij er net niet bij. De volgende dag al kan hij komen. Ze nemen zware gifspuiten mee. Raden ons aan, om de oude mevrouw, haar tante een dagje uit huis te halen. Na het spuitwerk goed luchten, bestek en servies goed afwassen. Het hele huis reinigen.

Haar tante heeft een dagje bij ons gelogeerd. We hebben wat ruimte in huis. De dag na het spuitwerk brengen we haar terug. Geen kakkerlak meer te zien. Wel hangt er een vreemd geur in de woning. Terwijl we de boel luchten en  mijn vrouw aan het schoonmaken is, zie ik op straat een meisje lopen. Ze draagt een kartonnen doos. Ik denk te weten wat er in die doos zit. Een mens wordt wantrouwend van dit soort verhalen.