‘Doosje eieren’, staat er op mijn mobiele telefoon, waarmee ik door de supermarkt wandel. Het gebruik van een digitaal documentje is makkelijker, dan pen en papier. Ik ga mee met mijn tijd. Gebruik mijn smartphone voor alles wat ik vroeger met papier afdeed. Mijn Russische medeburgers zie ik hetzelfde doen. De mobiel als geheugensteuntje. Wat ik ze niet zie doen, is het vergelijken van prijzen met je telefoon-app. Dat is voorbehouden aan andere volken. De Rus neemt de prijzen zoals ze zijn. Wat ze wel goed weten is in welke winkels ze goedkoper uit zijn. De mega-supermarkten bijvoorbeeld. Die bevinden zich buiten de stad. Zijn voor veel Russen onbereikbaar. Zonder een auto ben je te veel tijd kwijt om daar je boodschappen te doen. Het loont pas als je voor en hele week tegelijk inslaat.

Ik heb de eieren gevonden. Ze zijn verpakt in kartonnen doosjes van tien stuks. Routinematig open ik mijn doosje om te zien of alle eieren heel zijn. Onbeschadigd. Tot mijn verbazing zitten er maar negen eieren in het doosje. Ik pak een ander doosje: eieren onbeschadigd, aantal negen. Het geldt voor alle doosjes die er liggen. In alle doosjes die ik heb geopend zitten negen eieren. Ik ben praktisch. Haal een ei uit een ander doosje. Stop dat bij mij erin. Heb ik toch tien eieren. Ga ervan uit, dat anderen dit ook doen. Vervolg mijn winkeltocht.

Bij de kassa reken ik af. De rekening valt me mee. De overheid heeft vanaf januari dit jaar prijsverhogen aangekondigd. De BTW op veel supermarktproducten is enkele procenten gestegen. Ik zie het nog niet terug in mijn betaling. Voor de zekerheid neem ik de bon mee. Terwijl ik inpak zie ik bij een andere kassa een discussie ontstaan. Een vrouw met twee kinderen staat af te rekenen. Ook zij heeft een doos met eieren gekocht. Ze opent de doos. Toont hem aan de kassière. Ik tel acht eieren. Begint te klagen. De kassière geeft de vrouw gelijk. Sluit de kassa, staat op van haar zetel. Loopt de winkel in. De rij achter de vrouw kijkt berustend toe. De kinderen intussen lopen te jengelen. De vrouw verheft haar stem. Kinderen stil. Ik heb mijn boodschappen ingepakt. Ben benieuwd naar de afloop. Ik stel me verdekt op. De kassière komt terug met één ei. Dat stopt ze in het doosje, waardoor het totaal op negen komt. De negen eieren zijn blijkbaar structureel. Ik kan dat natuurlijk niet weten. Voel me een beetje schuldig, omdat ik een ei gestolen heb. Maar zie dat niet echt als stelen. Het is onwetendheid.

Buiten is het bijzonder koud. De thermometer geeft: -20 graden aan. Er waait een stevige wind, die maakt het er niet aangenamer op. Ik ben goed aangekleed. Lange onderbroek. Dubbele truien. Winterse jas, handschoenen en een muts van konijnenbont. De kou striemt mijn gezicht. Vooral als ik tegen de wind in loop. De zwakke plek in mijn kleding zit rond mijn buik. De winterjas sluit van onderen onvoldoende af. De kou kruipt onder mijn twee truien. Je moet gewoon niet te lang op straat zijn. Als ik gehaast langs wat sneeuwresten manoeuvreer, glijd ik uit. Ik houd me nog net staande, maar de boodschappen raken heel licht een lantaarnpaal waar ik langs loop.

Thuis verklaart mijn vrouw alles. Om de prijsverhogingen te verzachten hebben de supermarkten niet de prijzen van hun producten verhoogd, maar ze hebben de hoeveelheden in de verpakkingen verminderd. Het ene ontbrekende ei in de verpakking is een indirecte prijsverhoging. Het door mij gestolen ei is trouwens gecompenseerd. Dat is stukgegaan tegen de lantaarnpaal. God straft direct.