Ik kom uit de metro. Zie een straat met sneeuw. Tussen opeengehoopte bergen lopen paden. Het zijn de wandelwegen waarlangs wij glibberend naar onze doelen lopen. Ik ben zojuist aangekomen vanuit een lenteachtig Nederland. Was het daar uitzonderlijk warm: 20 graden boven nul. Hier is het min 15.  Het is niet de eerste keer dat ik in de winter door Sint-Petersburg loop, maar iedere keer overvalt me de witte overlast. Hier ligt sneeuw van vele dagen. Hier vriezen de trottoirs op.  Hier beweegt het verkeer langzaam, na overvloedige sneeuwval.

Vandaag zijn de grootste problemen opgelost. Het verkeer rijdt op winterbanden met spijkers. Ze maken behoorlijke snelheden over de grootste verkeersaders van de stad. Mensen moeten naar hun werk. Men is vertrouwd met aangekoekte sneeuw en spiegelgladde stukken door platgedrukte sneeuwresten. Dat neemt niet weg, dat lopen risicovol is.

Ik ben het verleerd: lopen in sneeuw. Rulle sneeuw geeft de minste problemen. Je baggert jezelf er doorheen zonder te veel kans op glijden. Er zijn opgevroren stukken. Geen probleem als je kleine stappen neemt. Maar toch verraderlijk. Het zijn hobbels, met aflopende vlakken. Als je daar verkeerd op stapt, glijd je onverwachts weg. Ben je teveel in onbalans, dan lig je op je gat.

In deze omstandigheden ben ik op zoek naar een bloemenwinkel.  Morgen is het vrouwendag. Dat betekent in dit land, dat je je vrouw aandacht geeft. Ik heb begrepen, dat het traditie is om een bosje mimosa te geven. Dat stamt uit de Sovjettijd. In die tijd waren bloemen schaars. Genoeg bloemen in Nederland voor de export, maar ze mochten niet worden ingevoerd. De weinige bloemen, die langs de regels, toch het land binnenkwamen, waren schrikbarend duur. Onbetaalbaar voor de doorsnee Rus. In de Kaukasische republieken bloeit omstreeks begin maart, de mimosaboom volop. Handelaren speelden daar handig op in. Op vrouwendag leverden ze immense hoeveelheden mimosa, die in no-time waren uitverkocht. Als man kun je op vrouwendag niet om het schenken van bloemen heen.

Mijn vrouw heeft veel herinneringen aan mimosa. Het ruikt sterk, gedurende één dag, daarna valt het uit en is kapot. Ik vind een bloemenwinkel, schrik van de rij voor de deur. Ik ben niet de enige man met een missie. Kijk eens langs de rij naar binnen Zie er geen mimosa. De mannen die naar buiten komen dragen grote boeketten, waaraan een stevig prijskaartje hangt. Bloemen in Rusland zijn duur. Ik twijfel. Zal ik in de rij gaan staan, of verder lopen. Er zijn meer bloemenwinkels. De vraag is natuurlijk, of die winkels wel mimosa hebben?

Ik besluit verder te lopen. Glibberend vervolg ik mijn weg. Plotseling voel ik een onnatuurlijke hoeveelheid sneeuw op mij neerdalen. Voor mij staat een man te schreeuwen, die ik niet heb gezien. Zo intensief was ik bezig met de mimosa. Hij wijst omhoog en op rood witte linten, die over het trottoir gespannen zijn. Ik ben erover heen gestapt. Daarmee kwam ik in een gevarenzone. Boven mij wordt door mannen in een alpinistenuitrusting sneeuw van de daken geveegd. De argeloze wandelaar beneden wordt ervoor gewaarschuwd. Blijf buiten dit gebied. Ik maak dat ik wegkom. Weet net op tijd een nieuwe sneeuwwolk te ontlopen.

Dan, als bij toeval, loop ik een straat in waar oude vrouwtjes zitten. Voor hen uitgestald: bossen mimosa. Ik ben gered. Onderhandel even over de prijs. Betaal als westerling teveel voor een behoorlijke bos, maar ik heb ze wel. Glijdend vervolg ik mijn weg. De mimosa goed ingepakt. Morgen bij het opstaan eer ik mijn vrouw met een grote bos. Met liefde gezocht, per toeval gevonden. Mijn dag kan niet meer kapot.