Zo saai als mijn leven in Nederland soms is, zo dynamisch is mijn leven in Sint-Petersburg. In deze stad krijg je de kans niet om stil te zitten. Ja, op een kleine flat drie hoog, Nee, dat trek je niet. Je  gaat eruit. Weer of geen weer. En ga je eruit, dan stap je je in een netwerk van beweging. Minibusjes onderhouden de verbindingen in een regio van de stad. Bus en tramlijnen doen zo ongeveer hetzelfde, maar zijn minder fijnmazig. Het metrostelsel vormt de grote slagaders in deze stad. Via dit buizennetwerk reis je in betrekkelijk korte tijd van de ene kant van de stad  naar de andere. Kommendantsky in het Noorden. Kupchino in het zuiden. Ulitsa Dybewnko in het oosten en Primorskaya in het westen. Meer heb je niet nodig.

Om deze dynamiek te ontwijken wandelen we veel. Dat is natuurlijk wijk- of regio gebonden. We lopen hooguit een paar kilometer. Dat is in een miljoenenstad als  Sint-Petersburg een afstand van niets. We maken dus lokale wandelingen, met lokale doelen. Vandaag lopen we in een vroege lente sfeer. Het is plus 2. Het licht wordt sterker. Af en toe breekt een zonnetje door. Doel is het bos aan de noordkant. Vijf jaar geleden was dit de Noordrand van de stad. We wonen er in de buurt.  Inmiddels is er een ringweg gebouwd. Door grote geluidsschermen is de aanwezigheid van de weg beperkt tot een langgerekt viaduct. Horen doe je de weg niet. Maar het maagdelijke –pure- natuur landschap is kapot.

Op zeker punt staat een houten kerkje. Glimmende koepels verraden een interessant interieur. Ik ga er regelmatig naar binnen. Kerken zijn vooral aantrekkelijk als  het buiten koud is.  Door hopen sneeuw baan je je een weg naar de ingang van het houten gebouw. Als de grote deur achter je dichtslaat wordt je opgenomen in een sacrale wereld. Mensen met mutsen en hoofddoeken bewegen zich naar binnen. Een priester is bezig met een gebed. Mensen zingen mee. Er staan iconen van heiligen. Iedere bezoeker heeft daarin zo zijn voorkeuren. Zachte wierookgeuren zweven langs je reukorgaan. Aan een balie worden kaarsen verkocht.  Bij dezelfde balie kun namen opgeven van levende en overleden familieleden, vrienden of bekenden. Zodra je het briefje hebt ingeleverd en betaald , heb je de garantie, dat een priester de naam voorleest en God smeekt om goed te zijn voor deze persoon. Is hij overleden, dan is de voorspraak op hemels niveau. Leeft hij nog, dan helpt het gebed onder aardse omstandigheden.

Ik voel me thuis in dit kerkje, in mijn regio. De kleinschaligheid. Het intieme karakter van dit huis van God. Inmiddels is men achter dit houten gebouwtje een groter bouwwerk aan het opzetten. Buiten het bouwterrein hangen aan een hek de bouwtekeningen. We wisten dat het eraan zat te komen.  Ik loop er vaak langs. Soms dichtbij, soms verder weg. In de bouwsteigers zie ik de contouren van en kathedraal. Gouden koepels. Een groot gebouw. Nu nog zie ik de buitenkant als een betonnen kolos. Tegenwoordig zijn alle buitenkanten van beton. Maar als de buitenkant klaar is, het beton bedekt, staat daar een Russisch Godshuis anno 2019.

Als het klaar is sloopt men het houten kerkje. De magische weg naar een kleine intieme ruimte wordt vervangen door een ruim plavuizen pad.  Een brede entree naar een overweldigende ruimte. God is overal, maar zetelt vooral in ruimtes die hem passen. Dat moet de overweging geweest zijn, om het kleine kerkje te vervangen door een immens groot bouwwerk: de kathedraal van Aviakonstruktorov. Ik zal er zeker binnengaan. Maar in mijn hart mis ik het kleine.