Om half drie word ik opgehaald. Taxichauffeur Dennis rijdt mij voor 1300 roebel (€ 20) naar vliegveld Pulkovo, voor een vroege vlucht. Hij is tien minuten te laat. Meldt dat keurig met een sms’je. Het vroege voorjaar is nog koud. Ik laad mijn koffers in de bagageruimte. Stap in. Ik ben vaker met Dennis mee geweest. Hij is regelmatig onze privé taxichauffeur. Hij probeert Engels te leren, want hij ziet grote voordelen, als Engels sprekende taxichauffeur. Toeristen rijden het liefst met taxichauffeurs waarmee ze kunnen communiceren.

Het is merkwaardig rustig op straat. Waar het overdags soms overloopt van de mensen, trams, minbusjes en trolleys, is er nu geen kip te bekennen. Verkeerslichten werken 24 uur per dag. We staan regelmatig een paar minuten stil voor een leeg kruispunt. Dennis houdt zich prettig aan de regels. Er zijn automobilisten, die –voorzichtig- het rode licht negeren, Hun eigen regels hanteren. Er is één regel die serieus genomen wordt: rijden onder invloed. Dat zullen de meeste automobilisten vermijden. Er mag ’s nachts geen intensieve controle zijn, als je gepakt wordt met alcohol op, zelfs een paar slokken, gelden hier strenge sancties. Een van de weinige regels waar de politie wel consequent de hand aan houdt. Waarschijnlijk om de vele verkeersslachtoffers door alcohol gebruik.

Dennis vertelt, dat hij aan het sparen is voor een Mercedes. Voor de meeste Russen een onbereikbare auto. Nu rijdt hij een Volkswagen diesel. Ik vertel hem over de dieselschandalen, die de Duitse auto-industrie op zijn geweten heeft. Hij heeft er iets over gehoord. Ligt er niet wakker van. Milieu speelt nog geen grote rol in Rusland.

We rijden langs de Fontanka, een van de rivieren, die als een ring om het centrum van de stad loopt. Naderen de brug, de kruising met Nevski prospekt. Op elke hoek staat een standbeeld van een man en een paard. De vier beelden symboliseren de vier stadia, waarin de mens de wil van het paard breekt. De heerschappij van de mens over de natuur. Het gevecht van de man met het ongetemde paard.

We rijden langzaam. Ik kijk naar één van de beelden. Opeens lijk ik getroffen door een hallucinatie. Achter het beeld op het trottoir staan twee echte paarden, met twee berijdsters erop. In de hele stad, drie uur ’s nachts geen sterveling te bekennen. En hier een wit en een bruin paard pal voor één van de beelden op de Fontanka brug. Hoeveel heb ik de vorige avond voor het slapen gaan gedronken? Alleen maar thee. Ik heb met Dennis kort gesproken over Amsterdam. Over Marihuana en paddo’s. Ik droom.

Als we langzaam verder rijden wordt het raadsel opgelost. Een fotograaf heeft de paarden met daarop twee jonge meiden pal voor één van de standbeelden gezet. Hij maakt foto’s. Waarom hij dat midden in de nacht doet? Dennis is nergens verbaasd over. Russen hebben net als iedereen  een onbegrensde fantasie. Het verschil met iedereen is, dat Russen hun fantasie vormgeven en uitvoeren. Ze hebben in het algemeen geen remmingen, ook al gebeurt het voor het oog van iedereen.

We draaien de  Moskovski prospekt op. De lange weg door de stad naar het vliegveld. Langs de Sint-Petersburgse ‘Arc de triompfe’. Voorbij het schitterende verzetsmonument: een beelden partij in een ring op een groot plein aan de rand van de stad.

Dit is mijn  afscheid. Dazvidanja Sint-Petersburg. Tot ziens. Ik kom terug, mijn geliefde metropool. Ik vertrek als een dief in de nacht. Kus het ochtendgloren. Weet, dat ik hier altijd terugkeer, omdat deze stad mijn hart veroverd heeft. In al zijn gekkigheid. In al zijn extremiteiten. Hier is mijn thuis.