Via een lange straat nader ik Nevsky prospekt. Naarmate ik dichterbij kom, klinken er zware geluiden. Het verkeer in de straat is geblokkeerd. Bij de Nevsky staat veel publiek. Het geluid blijkt van motorrijders te zijn. Als ik tussen de mensen doorkijk zie ik ze met een behoorlijke snelheid langsrijden. Ze rijden twee aan twee. Er zijn erbij die, even de koppeling inknijpen en dan vol gas geven. Het effect is een hoog jankend geluid, dat door merg en been gaat. De stoet is onophoudelijk lang. Ze komen vanaf het paleisplein met de lichten aan. Rijden via Nevsky prospekt de stad uit. Ik sta al een kwartier te kijken. De stroom wil niet opdrogen. Aan beide zijden van de Nevsky staan drommen mensen. Op weg ergens naartoe. Worden nu opgehouden.

De meeste motoren zijn van het type Harley-Davidson, maar er rijden ook pure snelheidsduivels mee. Als ze het gas opendraaien jankt het een paar honderd meter ver. Er komt er een langs op één wiel. Het voorwiel hoog opgeheven. Hij krijgt een dun applausje. Het is een orgie van geweld. Ze zijn anoniem, want ze dragen helmen. Ze voeren vlaggen mee, dragen emblemen. In een niet te stoppen beweging denderen ze verder. Met niets en niemand rekening houdend. Door, door, door.

Een man met een pet op beweegt zich geïrriteerd naar voren. Wil oversteken. Een jongeman probeert hem af te remmen. De man loopt slecht. Nu oversteken betekent vrijwel zeker een aanrijding met een of meerdere motoren. Hij draagt een uniformjasje met daarop, wat decoraties uit een of andere oorlog. Voelt zich waarschijnlijk door het langsrazende geweld geïntimideerd. In de oorlog was hij nergens bang voor. Dat geldt hier nog steeds. Naarmate hij de motoren nadert, kijkt het publiek bezorgder. Hij zal toch niet..

Een politieman loopt op hem toe. Neemt de begeleiding over van de jongeman. Hij maant de man met de pet tot kalmte. De man luistert niet. Wil zijn poging voortzetten. De agent oefent nu zachte dwang uit. Hij zegt de man toe, dat als er een gaatje in de stoet ontstaat, hij kan oversteken. Inmiddels zijn we een half uur bezig. Het voetgangerslicht is al talloze malen op groen gesprongen. Tot nu toe geen schijn van kans op een veilige oversteek.

We zien de politieman een oproep doen. Hij kijkt richting Paleisplein. In de verte ontstaat een onderbreking van de stoet. Iedereen, die wil oversteken ziet dat. Ze bewegen zich naar de baan waarover de motorrijders rijden. Hier ontstaat een smalle doorgang. Een snelle motorrijder probeert nog aansluiting te krijgen. Remt niet af, maar geeft vol gas. De mensen geven hem doortocht met een gat van een meter. Daar rijdt hij met hoge snelheid doorheen. Een flits en de mensen lopen door. Het gaat allemaal net goed. Hele horden steken nu over. Intussen naderen nieuwe motorrijders. Uit ontzag wijkt de mensenmassa. De hiërarchie wordt hersteld.

Terwijl ik verder loop, gaat achter mij het geweld onverminderd voort. Het maakt in mij de primitieve man los. Zo zal het de motorrijders ook vergaan. Samen lawaai maken. Samen geweld uitoefenen. Naast elkaar de weg breed houden. Doorrijden. Je door niets laten stoppen. Het lijkt op oorlog. Het is paar dagen voor de 9 mei parade. De parade waarin de overwinning op Nazi-Duitsland gevierd wordt. Daar rijden tanks in kolonne. Daar lopen troepenmachten in colonne. Met precisie lopen militairen langs de grote leider die de parade afneemt.  Laten zich door niets en niemand weerhouden. Lopen door. Ritmisch klinken de voetstappen van hun laarzen. Links, rechts, links, rechts. Als mensen in grote groepen opereren, is oorlog nooit ver verwijderd.