Ik ken in Sint-Petersburg veel mensen. Mijn vrouw is iemand die makkelijk contacten legt. Vaak leidt dat tot een uitnodiging om langs te komen. Ieder huis dat ik betreed heeft zijn eigen karakteristieken. We komen in huizen van rijke mensen. We komen in huizen van arme mensen. De middenklasse sla ik over, want dit verhaal gaat over rijk en arm.

In huizen van rijke mensen speelt geeld geen rol. Wij zijn er altijd welkom. Worden er gastvrij onthaald. Eten er exclusieve gerechten. Drinken er goede wijn en goede wodka. Bier wordt er niet gedronken. Dat is voor cafés en terrassen. We zijn op bezoek bij Boris en Irina. Ze hebben een grote rashond, waarmee Irina naar wedstrijden gaat. Eén van haar belangrijkste hobby’s. Voor we gaan eten worden we uitgenodigd in hun sauna. Banja heet dat in het Russisch. In het souterrain is een hout gestookte banja gebouwd. Inclusief een klein zwembad. Russen zijn preuts maar bij Boris en Irina is dat niet het geval. We dragen lakens, om op te kunnen zitten, maar bij het zwemmen gaan de lakens af. Na een tijdje gaat de gastvrouw naar boven om de maaltijd voor te bereiden.

Even later serveert ze een heerlijk visgerecht, met een dure Georgische wijn. Geld speelt bij deze mensen geen rol. Ze hebben twee dure fourwheeldrives, die ze parkeren in een inpandige garage. Het huis wordt bewaakt met video camera’s. En de hond verdedigt zijn baasjes, indien nodig. Aan de muur hangt een flat screen televisie bioscoopformaat. Hij staat de hele dag aan. In de tuin zien we Nederlandse tulpen, uit de bollen zie we ze vorig jaar cadeau hebben gedaan. De tuin ligt er pico bello bij. Dat mag ook wel, want  ze hebben een tuinman. Voor het huishouden hebben ze een schoonmaakster.

Een week later komen we bij Anja en Victor. Die wonen zeshoog in een drie kamer appartement. Zij slapen in de woonslaapkamer. Hun twee kinderen slapen in de slaapkamers. Wij zijn uitgenodigd om mee te eten. Eén van de kinderen is er niet, het zou de kleine keuken overvol maken. We gaan daar aan tafel. De maaltijd wordt daar ook bereid. De drank is hier: wodka. We eten er paddenstoelensoep van zelf geplukte paddenstoelen. Daarna vis uit de Finse golf, die in dit seizoen, overal op straat te koop wordt aangeboden. Het is er heel gezellig. Er worden verhalen verteld. Er wordt gezongen en gelachen. We hebben het over de banja  van vorige week. Anja zegt, dat ze nooit naar een gemengde banja zou gaan. Vrouwen bij vrouwen. Mannen bij mannen. Zo is het altijd geweest.

De woning is rommelig. Er is een schreeuwend gebrek aan opbergruimte. Dat is te zien. Dozen staan opgestapeld in de gang. Het kleine balkon wordt niet gebruikt om te zitten. Er staan fietsen, dozen, oude apparaten, ski’s met stokken. En ertussen hangt was te drogen. Het is er donker. Het appartement heeft kleine ramen. De muren zijn behangen met Sovjet behang. Degelijk, maar bruin verkleurd. Het is er schoon. De televisie met een klein formaat Led scherm staat de hele dag aan. Favoriete televisie zender: Rossya 1.

Het wordt laat. Gezelligheid kent geen tijd. Als we afscheid nemen, bedanken ze ons nog voor de Nederlandse kaas. Voor hen een luxe gerecht, sinds de boycot. Dan sluit de deur. Morgen weer vroeg op, allebei. Kinderen naar school brengen. Met de metro naar het werk. Een lange werkdag maken, voor een gering salaris. Ze redden het maar net. Met twee opgroeiende kinderen. Zuinig zijn en sparen is het motto. Behalve als er gasten zijn. Dan is het altijd feest.