Ik houd me bezig met het regelen van Nederlandstalige gidsen in Sint-Petersburg. Dat kan goed als ik in deze stad verblijf, want alles loopt via de computer. Al mijn werk wordt ergens in de wereld op een harde schijf opgeslagen. Werken in de ‘cloud’ heet dat. Er is veel vraag naar Nederlandstalige gidsen. Na het rampjaar 2014, waarin een aantal conflicten met Rusland ontstonden, zakte de belangstelling van Nederlandse en Vlaamse toeristen naar een bedenkelijk dieptepunt. Inmiddels is de belangstelling er weer.

We komen af en toe gidsen te kort. Gelukkig heeft mijn vrouw twee mensen gevonden, die gids willen worden. Russische mensen, die de Nederlandse taal leren en zich bekwamen in het gidswerk. Dat laatste is niet onbelangrijk. Gidsen in Sint-Petersburg moeten in het bezit zijn van certificaten van de instellingen waar ze gidsen, anders is het verboden daar gidswerk te verrichten. Een gids in de Hermitage is altijd een gecertificeerde gids. Het is dus hard studeren voor ze om die certificaten te behalen. De Nederlandse taal doen ze op in instituten in de stad, waar men in onze taal lesgeeft.

Onze twee stagiaires komen regelmatig langs op ons kantoor aan de Nevski Prospekt, om hun vorderingen te demonstreren. Nadja werkt in het dagelijks leven als tandarts, maar ze wil dolgraag gids worden. Ze spreekt goed Nederlands, heeft al een aantal certificaten. Je zou zeggen: aan de slag met die vrouw. Maar ze is nogal verlegen. Zelfs zo erg, dat ik wel eens denk, waarom ze in vredesnaam voor het gidswerk kiest. Die vraag wordt niet beantwoord, maar we moeten met haar aan de slag. Zo komt het, dat ik in onze kantoorruimte rollenspelen met haar doe. Ik ben dan altijd een zeurende toerist, die bovendien slecht hoort, waardoor ik haar dwing om te handelen. Zij weet zich daar geen raad mee, waardoor er pijnlijke stiltes vallen en Nadja maar wat voor zich heen lacht. Gelukkig zie ik langzaam vooruitgang. Met de nodige tijd en geduld komt ze er wel. Ik vraag me wel eens af hoe dat gaat met de klanten in haar praktijk. “Mevrouw, mag ik alstublieft even in uw mond kijken?”

Serge is een ander type. Hij spreekt matig Nederlands, maar hij heeft zelfvertrouwen. Wat hij niet weet, daar bluft ie zich doorheen. We sturen hem al op pad met toeristen. Hij werkt bij een telecombedrijf. Mits op tijd afgesproken, kan hij zich altijd vrij maken, om toeristen te begeleiden. Sinds kort heeft hij een andere chef, die doordeweekse vrije dagen verbiedt. Hij is als de dood om ontslagen te worden, dus hij neemt geen enkel risico. Helaas voor hem staan er nog twee afspraken open. Om dit op te lossen besluit hij zich ziek te melden. Het wordt nog lastiger, als blijkt, dat hij in de buurt van zijn werkgever moet gidsen. Maar zo zegt hij, ik los het wel op.

Hij is een dag op pad geweest met vier toeristen. Als de mensen terug zijn  in Nederland vraag ik vaak per mail, hoe ze de gidsdag ervaren hebben. Het antwoord liegt er niet om: “Serge was een prima gids. Heeft ons goed rondgeleid. Maar, wordt deze man bedreigd door de Russische maffia of zo? Hij draagt een zware zonnebril en een grote hoed. Regelmatig duikt hij onder het dashboard van de minibus. Op straat loopt hij regelmatig een deur binnen. Als hij terugkeert verontschuldigt hij zich met een smoesje”.

Ik heb geantwoord, dat hij op die momenten een taalwoordenboekje Russisch-Nederlands raadpleegt, omdat-ie een bepaald woord niet weet. Dat van die hoed en de zonnebril heb ik maar niet proberen uit te leggen.