Ik zit aan een klein tafeltje in de datsja van de buurman. Aan de buitenkant is zijn datsja  een prachtig bouwwerk. Mooie ramen, een degelijk dak, muren die goed in de verf zitten. Hij heeft er zelfs een eigen banja bij gebouwd. Het zegt iets over Joeri, de buurman: een technisch vakman. Bij hem zit ik aan tafel. Binnen is het een grote chaos. Overal slingeren spullen, staat niet afgewassen vaat. De vrouw van Joeri heeft een zware operatie ondergaan. Mijn vrouw vertelt, dat Russische mannen zonder hun echtgenote snel van slag raken. Dat is te zien. Zijn waterige oogjes verraden het gebruik van de nodige wodka’s.

Hij gaat mij uitleggen, hoe ik hier, ondanks het slechte bereik van gsm telefonie, toch goed internet kan krijgen. Ik had me al neergelegd bij slecht internet in de datsja. Het zijn ook zulke afgelegen terreinen. Maar er hing een advertentie aan ons hek: goed internet tegen betaalbare prijzen. Ik liet me uitleggen, dat men de elektriciteitsmasten daarvoor op een slimme manier inzet. Daar had ik nog niet van gehoord. Joeri heeft als communicatie medewerker bij het Russische leger gewerkt. Als we zijn mening vragen over internet via elektriciteitsmasten moet hij lachen: lijkt me onmogelijk. Hij heeft een oplossing, die goedkoper is en werkt. De volgende keer als wij komen zal hij dit demonstreren.

Op het tafeltje staat een laptop. Uit de zijkant steekt een dongle. Dat is een soort usb-stick die kan zenden en ontvangen. Een simkaartje er in. Internet op je laptop. Het resultaat nu is matig. Eigenlijk niet veel beter dan dat ik met mijn mobiele telefoon haal. Afgekeurd. Joeri schenkt zich nog maar eens een wodka in, bij deze reactie. We hebben nog een dag voor de boeg. Ik weiger beleefd er eentje mee te drinken. Mijn vrouw dringt aan op een snelle aftocht. Door het hek, bukkend onder een boom, langs bessenstruiken met scherpe dorens, lopen we terug naar onze datsja.

Wat later op de dag raakt mijn vrouw in gesprek met Wladimir, onze andere buurman. Hij beweert goed internet te hebben. Eerst zien, dan geloven. Daar geeft hij direct de gelegenheid toe. Hij zal het me demonstreren. Zijn vrouw loopt ook rond. Ik hoef niet te vrezen voor chaos en alcohol.

Boven op de werk-slaapkamer van hun datsja is op de buitenmuur een antenne bevestigd, nauwkeurig gericht op de dichtstbijzijnde gsm-mast. Het opgevangen signaal wordt via een snoertje naar een router gebracht, waarmee hij draadloos internet creëert. Op mijn mobiele telefoon zie ik een sterk wifi signaal. Het wachtwoord wil hij mij niet geven, want hij is bang, dat ik dan gratis op zijn internetverbinding ga surfen. Een niet geheel onterechte gedachte. Op zijn laptop demonstreert hij een aanmerkelijk sneller internet, dan dat van Joeri. Het aanleggen kostte hem omgerekend zo’n € 150. Daarbij een abonnement op een mobiele provider. In de wetenschap, dat goed internet hier mogelijk is, keer ik terug naar onze datsja. Ik kan hier werken.

We gaan zwemmen in het kanaal, boodschappen doen op de lokale markt, thee zetten met flessenwater, in de tuin spitten, gras maaien. Verleden en toekomst. De toekomst wint altijd. De vader en moeder van mijn vrouw leefden in een andere tijd. Hadden handgereedschap. Geen telefoon. Geen televisie. Een buizenradio. Wij krijgen internet, Bellen mobiel. Koken elektrisch. Joeri heeft de vader en moeder van mijn vrouw meegemaakt. Hij heeft al zoveel meegemaakt. En nu is zijn vrouw ook nog eens weg. Tussen de struiken door zie ik hoe hij probeert het gras te maaien. Van mooie gemaaide banen komt niets terecht. Hij mist zijn vrouw.