Het is een zwoele zomeravond. We zitten op een dakterras in de binnenstad van Sint-Peterburg. Hier wonen Pjotr en Natascha. Een jong stel. Pasgetrouwd. Nog kinderloos. Mijn vrouw kent Natascha al lang. Het is de dochter van een goede schoolvriendin van haar. Ze was vaak oppas bij Natascha. Een paar jaar geleden kwamen ze elkaar weer tegen. Dat leidde tot een hernieuwd contact. Vanavond zijn we uitgenodigd om bij hen te eten.

Natascha is een mooie vrouw. Ik prijs Pjotr gelukkig met zijn echtgenote. Hij is programmeur bij een Europees bedrijf. Verdient derhalve een goed salaris. En hij spreekt goed Engels. Ondanks het leeftijdsverschil, kan ik het goed met hem vinden. De vrouwen zijn druk bezig in de keuken. In de verte hoor ik hun gebabbel en het gekletter van keukengerei. Russische vrouwen praten graag en veel terwijl ze werken. Pjotr schenkt nog eens een wodka in. Hij is in de stemming voor een goed gesprek. Als ik hem feliciteer met zijn knappe vrouw, trekt hij een zorgelijk gezicht. Omdat hij niet direct antwoordt, begin ik mij zorgen te maken. Heeft zijn vrouw een minnaar? Wil ze nu al scheiden?

Zijn reactie geeft de oplossing, maar het is gaat niet over een dreigende scheiding. Hoewel? Sinds hij getrouwd is, lijdt hij aan wat hij noemt het: ik-heb-gekozen syndroom. Hij legt me uit wat dat betekent. Als jonge man ging hij vaak op stap met vrienden. Ze hielden van een stevige borrel, hadden het goed met elkaar. Deelden lief en leed. Keken vooral naar de vrouwen. Iedere vrouw werd bekeken, gewogen. Deze stad is een snoepwinkel als het gaat om goed verzorgde vrouwen. De vriendschap veranderde toen een van hen een relatie kreeg. Hij kwam minder vaak, als ze uitgingen. De groep dunde uit.

Toen Pjotr een relatie kreeg met Natascha, gebeurde hetzelfde. Hij had minder tijd. Veel tijd ging op aan Natascha. Hij ging minder met zijn vrienden om. Na een tijdje trad hij met haar in het huwelijk. Een gelukkig huwelijk. Toch ontstond er daardoor iets bij hem, waar hij niet goed uitkwam. Als hij nu op straat loopt en –al dan niet samen met Natascha – naar de langslopende vrouwen kijkt, is dat met iets van weemoed in zijn hart. Nog sterker zijn die gevoelens, als hij sporadisch met zijn vrienden uitgaat. De vrouwen worden nog steeds bekeken, gekeurd, gewogen. Maar hij mag ze niet meer plukken.

Hij is gelukkig getrouwd met Natascha. Hij vindt zijn vrouw mooi en aantrekkelijk. Ze willen kinderen.  Hij wil beslist niet bij haar weg. Maar de keuze voor haar, sluit al die anderen uit. Hij kan dit soort gevoelens natuurlijk goed relativeren. Het bepaalt ook zijn leven met Natascha niet, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat hij er soms last van heeft.

Wat moet ik –als oude ervaren man- hier nu op zeggen? Zijn gevoelens zijn me niet vreemd. Ik wil het niet afdoen met een dooddoener. Wie kiest verliest. Hoe jonger je bent, hoe scherper de verandering. Van vrije jongen naar een getrouwde man. Van vrije meid naar een getrouwde vrouw. Binnenkort zelfs zwanger en moeder. Ik zeg hem, dat dit niet een typisch Russisch probleem is. Dat helpt weinig. Een korte stilte valt.

De vrouwen komen terug met heerlijke gerechten. De mooie Natascha en mijn prachtige vrouw. Wat hebben wij mannen toch te klagen? Na nog een wodka is alle weemoed verdwenen. Maar als ik af en toe in de ogen van Pjotr kijk, zie ik hem nog worstelen met waar wij zonet over spraken en glijdt hij weg in een melancholie, die een peilloze diepte kent.