Twee keer in de week staan ze er. De visboer, de bakker, de melkboer en de kruidenman. Om drie uur rijden ze het grote parkeerterrein op, waar een dertigtal mensen op ze staat te wachten. Ik ben erop uitgestuurd om inkopen te doen. Mijn vrouw heeft bezigheden elders. In mijn hoofd het rijtje Russische woorden voor de producten die ik moet aanschaffen: Tvorog, Smetana, Cir, Maslo en Molokko bij de melkboer. Chleb bij de bakker en Forel bij de visboer.

Ons appartement aan de Finse golf maakt deel uit van een groot woningcomplex. Het ligt wat geïsoleerd op een mooie plek aan zee. Er zijn geen winkels dichtbij, waardoor ons inkoopbeleid altijd met het nodige vooruitkijken en vooruit plannen gepaard gaat. Als ineens het toiletpapier op is, om maar iets te noemen, kost het ons 30 tot 40 minuten op de fiets om deze voorraad op peil te brengen. Als het dan ook nog regent, is de lol er snel van af. We zijn niet de enige met dit probleem. Waar vraag is, komt aanbod. Mannen en vrouwen in bestelauto’s rijden op dinsdag en op zaterdag het parkeerterrein op. Klappen hun deuren open. Starten hun handel.

Hieraan voorafgaand verzamelen de mensen zich. Meestal ben ik er al een kwartier van tevoren, omdat ik anders het risico loop,  dat er zaken uitverkocht zijn. De eerste vraag is dan: wie is de laatste? Iemand steekt haar hand op. Ik weet mijn plek. Bij de volgende persoon steek ik mijn hand op. Eenvoudig  en logisch, maar ik moet dat wel in het Russisch zien te klaren. Men kent mij intussen. Met behulp van Google Translate en het weinig Russisch dat ik spreek, ontstaat er zowaar een gezellige sfeer. Ik ben niet zo’n marktmens. Hier amuseer ik me wel.

Ik heb geen lege fles bij me voor de melk, maar daar voorziet de koopman in. Hij draait een kraantje open. Uit de zilveren tank stroomt verse melk. Een liter. Die moet straks nog gekookt worden, waarbij je moet oppassen voor vellen. Het brengt me terug bij mijn vroege jeugd. Toen kwam de melkboer aan de deur. Kregen we melk direct in onze eigen pan. Die ging op het gas. Als de melk was gekookt, werd de pan in het donker, in de kelderkast gezet. Koelkasten voor particulieren waren er nog niet.

“Dat is dan …. Roebel”, ik ontwaak uit mijn mijmeringen. Heb mijn melkproducten. Afrekenen. Ik kan nog niet overweg met Russische getallen, maar hij laat me een rekenmachientje zien, met daarop het totaalbedrag. Terwijl een volgende fles alweer vol loopt, betaal ik. Krijg wat wisselgeld terug. Op naar de bakker. Die heeft heerlijk stevig, vers brood. Het geurt haar auto uit. Inpakken, afrekenen. Als laatste naar de visboer.

Hij heeft grote vissen liggen. Ik zie een paar forellen. Daarbij nog soorten die ik niet herken. De Finse golf heeft overwegend zoet water. De vissen die er worden gevangen zijn geen typische zeevissen. Daarvoor moet je in Moermansk zijn. Mijn oog valt op een vis uit een andere afdeling: de gerookte. Ik vraag hem wat voor vis dat is. Hij antwoordt met een naam die ik niet begrijp. Mijn buurman ziet dat. Schiet me te hulp: ik begrijp dat het om gerookt zalm gaat. Het water stroomt me in de mond. De vis is verkocht.

Terwijl er op het terrein nog druk onderhandeld wordt, loop ik terug. In de verte zie ik de zee glinsteren. De zon schijnt uitbundig. Straks lekker zwemmen.  Maar allereerst de melk koken. Erbij blijven, want zodra ze kookt, kolkt ze de pan uit. Dat weet ik nog van vroeger.