Ergens in Sint-Petersburg bevindt zich een groot terrein. Lange voetpaden leiden naar een centraal punt waar een eeuwig vuur brandt. Rondom het vuur staan muurtjes. Daartegen platen met teksten. Ik heb het over het Marsveld, genoemd naar de god Mars. Het is een rustig terrein, te midden van de drukte. In de verte raast het verkeer. Aan alle kanten zijn we omsloten door verkeerswegen. Ver genoeg om geen last van te hebben.

We hebben een pauze ingelast. Een broodje gekocht. Een cappuccino meegenomen in een draagbeker. Het is aangenaam weer. Het loopt tegen de avond. We leggen onze jassen neer. Gaan zitten. Genieten van een moment van rust in onze hectische levens. Terwijl we ons broodje eten en onze koffie drinken, kijk ik om mij heen. Moeders lopen er met kinderwagens, verliefde stelletjes lijken deze plek uit te kiezen om hun liefde te vieren.  Sportievelingen bewegen zich voort op rolschaatsen, steps en segways. Het is een vredig tafereel. Een plek als deze in de grote stad geeft energie.

“ ’s Nachts spookt het hier.”  Uit het niets doet mijn vrouw deze uitspraak. Ik kijk eens om me heen, zie lantaarnpalen staan met rode kappen. Die geven vast een spookachtig licht. Probeer me de lange paden in het donker voor te stellen. “Als het mistig is, moet je hier niet komen. Ze zeggen, dat de doden van de revolutie hier dan spoken. Ik kijk eens naar het midden van het terrein.  Zie daar de eeuwige vlam branden. Vraag aan mijn vrouw, wat er gebeurd is. Waarom dat monument daar is.

Tijdens de februari revolutie in 1917 kwamen meer dan 1000 mensen om. In maart 1917 werd een aantal van de slachtoffers onder massale belangstelling begraven op het Marsveld. De kanonnen van de Peter en Paulusvesting gaven een eresaluut. Rond de graven werd een eenvoudig monument geconstrueerd met gedenkstenen. In het midden een eeuwige vlam. Die werd pas in 1957, na een reconstructie, ontstoken.

Er liggen hier dus veel doden begraven. Het schijnt, dat Catharina de eerste, vrouw van Peter de Grote, al klaagde over geesten en spoken die zich over dit terrein verplaatsten. Ze had daar een klein paleis, maar verhuisde om die reden. Toen had de revolutie nog niet plaatsgevonden. Van wie zijn die geesten dan? Dat wist mijn vrouw ook niet zo snel te vertellen. Ze zou het uitzoeken.

Intussen is het al laat geworden. Het begint te schemeren. We besluiten om nog even naar de vlam te kijken. In de wind slaan de vlammen alle kanten op. De rode lantaarns springen aan.  Het gehele veld krijgt iets geheimzinnigs. Langzaam wandelen wij terug. Ineens duikt er voor ons een figuur op met een grote pruik. Aan zijn zijde een dame met een hoepelrok. Ook zij draagt een pruik. Mijn eerste impuls: de geesten van Peter de Grote en zijn gemalin. Ik houd even de pas in. Het begint te dagen: op een aantal plekken in de stad staan mannen en vrouwen verkleed als Peter en Catharina de Grote. Twee van deze figuren keren terug van hun werk. Wij komen ze tegen in de schemer van de vallende avond.

Achter  dit tweetal nog een zilveren engel, een gouden showman en een witte clown. Als ik niet bloedje nuchter was, zou ik denken dat ik in de verkeerde voorstelling terecht ben gekomen. De acteurs hebben daar geen last van. Hebben plezier. Wisselen ervaringen uit. Bij de vlam in het midden houden ze stil. Tonen respect voor dit symbool. De doden zijn hier ver voor hun tijd begraven. Maar ze beseffen allemaal, wat hier heeft plaatsgevonden. Laat de geesten maar komen.