Op Google Maps was het duidelijk. Twee straten vanaf het kleine stationnetje: Kuuroord. Dan naar links een paadje af. Een smalle voetgangersbrug over de rivier. Aan de overkant moet het zijn: de kliniek Bol’nitsa. Voor de zekerheid vraag ik het nog eens aan een toevallige passant: “Bol’nitsa klinika?” Hij blijkt zowaar wat Engels te spreken. “Tam, y tam, y na prava”. Daarheen, daarheen. Dan naar rechts. Daar is de kliniek. Ik bedank hem. Stap op de fiets. Terwijl ik de weg op rijd roept hij me nog na: “Be carefull!”. Ik weet niet of deze waarschuwing op het verkeer, of op de kliniek slaat. Ik blijf alert.

Bij de ingang van de kliniek is het een drukte van jewelste. Buiten staan de rokers. Sommigen in pyjama. Anderen in een ochtendjas. Door de schuifdeuren rollen mensen naar buiten en naar binnen. In rolstoelen, met rollators of op krukken. Ik moet me melden bij de security. Hij zal een arts waarschuwen, die me een papier gaat brengen. Daar is het allemaal om te doen. Een verklaring van de dokter voor mijn vrouw. Zij is aan het werk. Heeft mij gevraagd die verklaring op te halen.

De man van de security – een oud en norsig type- kijkt me aan alsof ik onzin sta uit te kramen. In het Russisch is dat misschien ook zo, maar hij heeft nog nooit van de naam op het papiertje gehoord: dokter Dmitrii Iwanowitsch. Met dit soort situaties ben ik vertrouwd. Ik bel mijn vrouw. Geef de telefoon aan hem. Telefoon weer terug. Ik sta bij de verkeerde ingang. Moet bij de polikliniek zijn. Ik vraag hem nu: na Poliklinika. De man schudt zijn hoofd. Ik bel de dokter. Hij weet van mijn komst.  Geef de telefoon opnieuw aan de security. Nu schijnt hij iets te begrijpen. Gebaart. Loopt voor me naar een uitgang. Wijst naar een paar gebouwen. Voor zover ik het begrijp, moet ik twee gebouwen voorbij. Achter het derde gebouw ligt de polikliniek, waar ik moet zijn.

Op goed geluk loop ik die kant op. Sta even later bij een kleine kathedraal, die zich ook op het terrein bevindt. Bel mijn vrouw. “Ik sta bij de kerk”. “Er is daar helemaal geen kerk. Waar ben je naar binnen gegaan? Dat is helemaal fout. De security zit direct bij de ingang aan de straat”. Ik ben de hele straat uit gefietst, maar er is daar maar één ingang en die is van het ziekenhuis.

Ik kom tot de slimme conclusie, dat ik in de verkeerde straat sta. Fiets een stukje terug en zie in een zijstraat een ingang met een slagboom. Pal aan de straat. Dat moet hem zijn! De slagboom is dicht. Het raampje van de portier ook. Ik klop er stevig op. Achter het raam, dat opengeschoven wordt, een forse vrouw in uniform.

Ik vraag: Poliklinika? Ze schudt nee. Ik bel opnieuw de dokter. Geef de telefoon aan haar. Het gesprek duurt bijna tien minuten. Na afloop pakt ze papier en vilstift. Tekent de straat waar we in staan. Met een pijl tekent ze: hoek om. Links een ingang. Daarbij schrijft ze: poliklinika. Ik dank haar hartelijk. Begeef me op weg. Iets verder zie ik de ingang. Ook hier zit ik fout. Een verpleegkundige, die wat Engels spreekt, maakt me duidelijk, dat ik een deur te ver ben gereden. Ongemerkt heb ik mijn doel gemist. Terug. Hier zit inderdaad de security pal aan de straat. Hij hoort de naam wijst me naar binnen.

De dokter staat al op me te wachten. Hij lacht hartelijk. Geeft me het document en zegt: “This is Russia”.