Ik zit op een bankje bij de bushalte. Links van mij nadert een oude vrouw met een wandelstok. Met haar rechterhand steunt ze daar op. In haar linkerhand heeft ze een plastic tasje met boodschappen. Haar dagelijkse eten. Ik schat haar een jaar of 80. Tergend langzaam komt ze vooruit. Als ze gepasseerd is, zie ik van achteren hoe krom haar benen zijn. Die staan in een grote O-vorm. Stapje na stapje vordert ze. Ze doet misschien wel twee uur over haar boodschappen. Elke dag  is weer een gevecht. In Nederland had deze vrouw een rollator gehad, of mogelijk al zo’n tien jaar in een verzorgingstehuis gezeten. Hier niet. Hier gaat men door tot men erbij neervalt. De bus schuift in beeld. Ik stap in. Als de bus wegrijdt, zie ik de vrouw een stap op de oversteekplaats zetten. Haar groene licht duurt 20 seconden.

De metro van Sint-Petersburg ligt diep. De stad is gebouwd op moerasgrond. De bovenlagen zijn niet altijd betrouwbaar. Wil je tunnels graven, dan moet je de diepte in. Het gevolg is, dat de roltrappen naar beneden hier, lang zijn. Ik heb me laten vertellen, dat je zo’n 100 meter de diepte ingaat. Ik sta op zo’n trap. Zie voor me een een lange rij mensen. Terwijl de ene na de andere lamp voorbij schuift, maak ik een wonderlijk tafereel mee. Alle mensen staan rechts opgesteld. Ik ook. Van boven hoor ik een ritme: tak-tik, tak-tik, tak-tik,.. Langs mij komt een vrouw naar beneden, die snel de trap af gaat. Behendig neemt ze de treden. Dat veroorzaakt het geluid. Eenmaal gepasseerd, beweegt haar hoofd ritmisch op en neer. In een mum van tijd is ze uit het zicht verdwenen. Als het druk is, nemen veel mensen op deze manier de roltrap. Ik heb nog nooit iemand zien struikelen of vallen. Bedenk me wat voor een consternatie dat zal geven. De vrouw beneden, die in een klein hokje de roltrappen bewaakt, zal de lopende band direct stilzetten. De ongelukkige heeft in zijn val mensen meegesleept. Iedereen krabbelt overeind. Gelukkig geen grote schade. Vooral schrik. De snelle loper wordt verrot gescholden. Dit is natuurlijk fantasie. Maar je weet het niet. Vraag het maar aan de dame, in haar controle hokje beneden.

In de metro is het naseizoen zichtbaar. Mensen hebben hun zomerkleding afgelegd. Mannen hebben weer  petten op. Vrouwen dragen dikke panty’s. Sjalen en mutsen overheersen. Maar vooral: de mensen zien er vermoeid uit. Het overleven is er weer.

Als ik de metro uitstap, zie ik een -op het oog- vrolijke familie. Ik heb niets in de gaten, maar omdat omstanders naar ze kijken, wordt het me duidelijk. Ze dragen een fles in een zak. Nemen af en toe een slok. Zijn met z’n allen behoorlijk aangeschoten. Bij de oversteekplaats wachten ze gelukkig op het groene licht. Lachend en schreeuwend gaan ze verder. Midden op het zebrapad maakt een van de mannen zich los. Hij keert om. De anderen roepen nog, maar hij laat zich niet ompraten. Ik zie dat hij in de richting van een supermarkt beweegt. Daar verkopen ze drank. Vanaf de oversteekplaats zie ik hem een raar loopje maken. De stappen met zijn rechterbeen gaan goed. Maar als hij een stap met zijn linkerbeen wil zetten, beweegt zijn lichaam naar rechts. Met zijn beneveld brein corrigeert hij elke stap nog net. Een glaasje wodka erbij, dan zal ook dat niet meer lukken. Dan loopt hij alleen nog maar in een cirkel. Hij bereikt uiteindelijk de winkel. De deur valt dicht. Ik blijf niet wachten hoe hij er  weer uitkomt. Daar heb ik zo mijn voorstelling van.