Vlak bij ons winkelcentrum aan de Kommendansky prospekt bevindt zich een soort lunchroom met bakkerijproducten. Ik noem het voor het gemak altijd: het Bakkertje. We gaan er regelmatig naartoe, om er een goedkope cappuccino te drinken. Daarbij bestellen we meestal iets lekkers. Hierdoor blijkt: de formule van dit bedrijf werkt. Met goedkope koffie de klant lokken. Aan alles wat hij erbij bestelt wordt verdiend. Als ik naar binnen loop word ik direct gewezen op een algeheel geldend rookverbod. Buiten staan soms wat verslaafden, die hun eten en drinken opsieren met een shot nicotine.

Aan de straatzijde een zitruimte met grote ramen. Bestellen doe je boven, waar ook plaats is om je consumpties te nuttigen. Vooruitstrevend of goedkoop; ze hebben er personeel in dienst met kleine handicaps. Niet iedereen, maar zeker de helft van de mensen die er werken hebben een arbeidsbeperking. Dat is te merken aan het tempo waarmee de bestellingen worden opgenomen. Het kan ook aan het systeem liggen. Klanten staan in de rij voor de kassa. De juffrouw achter de kassa noteert de bestellingen, rekent af. De klant krijgt een geel bekertje met een rood cijfer mee. In het bekertje de bon, waarop alles staat, voor het geval de bestelling niet goed is doorgekomen. Kun je het vergelijken met wat je hebt afgerekend.

De eerste vertraging doet zich voor, bij de kassa. Een mevrouw die vandaag een feestje heeft, wil een paar taarten bestellen. Dat kan hier ook. De vertraging ontstaat, doordat de vrouw nog niet precies weet welke taarten ze wil hebben. Mijn cafeïne-verslaving begint me parten te spelen. Sta nog net niet te trillen op mijn benen. De rij achter mij groeit aan. Russen ergeren zich, zijn ongeduldig, maar het kan lang duren voordat ze dat, al dan niet luidruchtig, gaan uiten.

Ik ben aan de beurt. Met het goede voornemen deze fase snel af te handelen. Dat gaat mis. Via “Google translate” heb ik opgezocht: “hartig” (serdechnyy). Of ik spreek het woord verkeerd uit, of het meisje achter de kassa is arbeidsbeperkt; ze begrijpt me niet. Ik kijk eens om me heen. Zie de mensen achter mij neutraal kijken. Alle kanten op. Niet naar mij. Ik denk even om het in het Engels te proberen, maar ik weet het Engelse woord voor hartig niet. Ik denk ook dat het meisje hier helemaal geen raad mee weet.

Ze loopt van de kassa naar de uitstalkast. Ik moet aanwijzen wat ik wil hebben. Dat is voor mij nu de moeilijkheid. Iets wat er in Rusland aan de buitenkant hartig uitziet, smaakt vaak van  binnen zoet. En omgekeerd. Dat geldt trouwens niet alleen voor eten. Er is nog een kleine beperking: ik wil geen vlees in het eten. Het woord vlees ken ik: Myaso. “Njet Myasa”. Dit schijnt ze te begrijpen. Ze wijst een aantal lekkernijen aan, die geen vlees bevatten. “Is die hartig?”, in mijn beste Russisch, probeer ik het weer. Ze knikt: “Ja”. Opgelucht reken ik de cappuccino en de consumptie af. Ik zoek een tafeltje. Plaats daarop het gele bekertje met cijfer.

De bestelling wordt gebracht. De bediening is vriendelijk.  Ik neem een slok van mijn  cappuccino. Het leven is weer goed. Dit gevoel krijgt een knauw, als ik mijn hartige hap probeer. Het blijkt mierzoet gebak te zijn. Ik heb de consumptie maar laten staan. Alleen koffie kan ook. Ik eet later wel weer iets. Ik zoek om, mijn frustraties te sussen, nog naar het woord voor zoet. Dat is: Sladkyi. Het lijkt in de verste verte niet op het woord voor hartig. Dan ligt het toch aan de dame bij de kassa!