We zitten in de concertzaal van de Capella. Wonen een orgelconcert bij. Rondom ons bezoekers in gala kledij, maar ook mensen gewoon in het pak. Er heerst een weldadige rust. De orgelklanken dringen diep door in de harten van de bezoekers. Als ik stop met rondkijken valt me op hoe mooi de klanken van dit orgel zijn. Ik ben van nature geen orgel liefhebber, maar door mijn vrouw kom ik nogal eens ergens terecht, waar ik uit eigen beweging niet naar toe zou gaan. Dat is hier ook het geval. Door haar relaties bemachtigden we twee vrijkaartjes.

Na afloop laat ik me over dit orgel voorlichten. Het orgel komt uit de voormalige Nederlands kerk aan de Nevski prospekt. Het is rond 1920 uit dat gebouw gehaald en in de Capella concertzaal geplaatst. De Russen zeggen, dat het orgel onherstelbaar kapot dreigde te gaan, omdat het gebouw leeg stond. Het orgel werd verwaarloosd. Alle Nederlanders waren immers het land uit gezet. Nederlanders daarentegen zeggen, dat het orgel botweg geconfisqueerd is. Dit orgel is gebouwd door een bekende familie van orgelbouwers: de familie Walcker uit Oostenrijk. Zegt mij niets, maar het is een bijzonder instrument. Dat kon ik in ieder geval wel horen.

Bij sommige Nederlanders die nu in Sint-Petersburg wonen voelt het als een groot gemis, dat er in de ruimte van de voormalige Nederlandse kerk geen orgel meer staat. Als ze naar het balkon op de eerste verdieping kijken, zien ze een lege plek. De zaal is, sinds kort, prachtig gerestaureerd. De stad Sint-Petersburg en met name de centrale bibliotheek hebben er  geld tegenaan gegooid. Het resultaat mag er zijn. Behalve dan die ruimte op het balkon. Die vraagt hartstochtelijk om een invulling.

Na het concert zijn we in de domineeskamer terechtgekomen. Hier bevindt zich een stuk Nederlandse geschiedenis. De Rusluie –kooplieden uit Vriezenveen- waren hier heer en meester. Vergane tijden. De stichting die kantoor houdt in deze ruimte, heeft grootse plannen. In Nederland is een orgel gevonden, dat perfect past op die lege plek op het balkon. Dat orgel is niet gratis. Bovendien heeft het achterstallig onderhoud. En mocht de stichting het kunnen kopen. Het moet vervoerd worden. Het moet in de kerkzaal opgebouwd worden, met de nodige aanpassingen.

In de kerkzaal zijn het hele jaar door exposities. Nu hangt er werk van een veelbelovende schilderes. Toevallig of niet, het thema is: Nederlandse panorama’s. Over de trappen  met smeedijzeren leuningen en uitgesleten treden loop ik naar boven. Door de grote kerkdeuren stap ik een historische ruimte binnen. Als ik omhoog kijk, zie ik een koepel met grisaille schilderwerk.

De schilderijen zijn optimistisch en kleurrijk. Achterin de zaal trekt een groot doek mijn aandacht. Een kerkgebouw in een van de oer-Nederlandse dorpen. Het platteland in al zijn glorie. Terwijl in mijn -op gang gebrachte- fantasie de kerkklokken beginnen te luiden, draai ik mij om. Ik kijk omhoog langs statige bewerkte pilaren. Eindig bij het balkon. Mijn fantasie werkt verder. In de lege ruimte daar, staan nu orgelpijpen. Half zichtbaar erachter zit een organist. Zijn voeten beroeren de pedalen. Zijn handen gaan over het klavier. Door de ruimte klinkt het: Glorie, Halleluja. Ik ben terug in mijn kindertijd, waar ik, net als veel van mijn landgenoten, kerkelijk ben opgevoed.

Ik verlang niet terug naar de kerkdiensten. Maar met de smaak van pepermunt in mijn mond, zittend op van die harde houten banken klinkt het orgel indrukwekkend. De organist gaat vol op het orgel.  Dan gebeurt er iets! Terwijl de orgelklanken wegebben, besluit ik me in te zetten voor deze sympathieke actie: breng een orgel naar de Nederlandse kerk.