Om de maand moeten wij naar een kantoor, waar wij de meterstanden doorgeven van water en elektriciteit. Op basis van de geleverde meterstanden wordt de rekening opgemaakt. Die valt in de loop van de maand in onze brievenbus. De rekening moeten we ook op het kantoor betalen.

Ik heb mijn vrouw wel eens gevraagd, of ze in Rusland het online betalen kennen. Ze kennen het wel, maar het is heel ingewikkeld. Je kunt beter naar het kantoor lopen. Daar cash in roebels betalen. Als je weinig tijd hebt is het mogelijk om bij spaarbanken -de bekendste is de Sperbank- via een betaalautomaat bedragen over te maken naar bankrekeningen. Je stopt de roebelbankbiljetten één voor één in een gleuf. Het biljet wordt min of meer uit je vingers getrokken. Op het display zie je welk bedrag je er in gestopt hebt. Tot je het gevraagde bedrag bereikt hebt. Dan druk je op : ‘ok’. Een paar seconden later rolt het bewijs van betaling uit de automaat. Vervelend wordt het als de automaat een bankbiljet niet accepteert. Omgevouwen hoekjes, scheurtjes, soms kreukels. Er zijn verschillende redenen, waarom het biljet, na in de machine bestudeerd te zijn, weer uit wordt gespuugd. Zorg dus altijd, dat je meer biljetten bij je hebt, dan het gevraagde bedrag.

Vandaag mag ik de meterstanden doorgeven. Ik gebruik daarbij mijn smartphone. In een donkere ruimte achter een plastic deurtje, bevinden zich de watermeters. Met een flits opname leg ik perfect de meterstanden vast. Maar hoe leg ik uit, waar wij wonen? Ook daar gebruik ik de telefoon voor. Langs de weg, die ik afleg naar het kantoor, maak ik de volgende foto’s: het huisnummer. Daarna een bordje, waarop het nummer van ons huizenblok staat. Als laatste fotografeer ik de straatnaam. Zo vang ik: Komendansky prospekt, gebouw 66, nummer: 45, in foto’s. Ik had natuurlijk ook een aan ons gerichte brief kunnen opzoeken. Die kon ik helaas niet vinden.

De juffrouw achter de balie moet lachen als ik haar mijn telefoon overhandig, met daarop de afbeelding van de koud-watermeter. Ik maak het gebaar: opschrijven. Dat doet ze. Ik pak de telefoon weer terug. Toon haar de afbeelding van ons huisnummer. Ook dat schrijft ze op. Hierna volgen: het woonblok, de straat. Ze voert de gegevens in. Komt uit bij de naam van mijn vrouw. Alles wordt genoteerd. Ze wijst op het beeldscherm. Vraagt me iets. Ik heb geen flauw idee wat ze vraagt. Het wordt me ook niet duidelijk. “Par Anglesi?” vraag ik, maar dat komt niet over.

Ik besluit mijn vrouw te bellen. Hoop dat ze opneemt. Zodra ik verbinding heb, geef ik de telefoon aan de juffrouw achter de balie. Die geeft me na een kort gesprek de telefoon weer terug. Mijn vrouw zegt, dat ze blijkbaar een betalingsachterstand heeft, of ik 2000 roebel kan betalen. Kan ik wel, maar ik had het geld voor iets anders bestemd.

“Doe het nu maar”, drukt ze me op het hart, “als je het niet doet, sluiten ze bij ons de elektriciteit af”. Dat is niet een algemeen gebruikelijke maatregel, maar in ons appartementengebouw wordt zo slecht betaald, dat ze hier niet alleen mee dreigen; het wordt  daadwerkelijk uitgevoerd. Ik reken 1945 roebel af. Krijg de kwitantie mee. Ga huiswaarts.

Eenmaal thuis doet de elektriciteit het niet. Ik sta op het punt heel boos te worden, als ik merk dat de koelkast het nog wel doet. Nader onderzoek wijst uit, dat één van de stoppen er uit is gesprongen. Een oorzaak kan ik niet vinden. Als ik de stop ‘aan’ zet werkt alles weer naar behoren.