Een straat waar de wind doorheen blaast. Het wil geen winter worden, maar het is waterkoud. Goed gekleed op weg. Ik draag een plastic tas met zwemspullen. Mijn vrouw heeft me een zwemabonnement cadeau gedaan. Ik mag het hele jaar door zwemmen voor € 450. Een vervroegd kerstcadeau, waar ik heel blij mee ben. Drie tot vier keer in de week loop ik in tien minuten naar de fitnessclub, gevestigd in een winkelcentrum bij ons in de buurt. Naast de ruimtes waar je kunt afzien op martelwerktuigen is er een zwembad met sauna, stoombad en bubbelbad. Om mijn lichaam een beetje in  conditie te houden ga ik regelmatig zwemmen: een half uur tot vijftig minuten baantjes trekken.

Het aanmelden voor zo’n abonnement is niet erg ingewikkeld, maar het vraagt wat moeite. We zitten bij de administratie. Vullen enkele papieren in. Dat wil zeggen: mijn vrouw doet het werk. Kopie van mijn paspoort. Eerste helft van het totaalbedrag betalen. Klaar. Nog een dingetje, voor ik definitief een armband met elektronische ‘sleutel’ krijg moet ik eerst nog naar de keuringsarts. Hij  zal vaststellen, of het verantwoord is, dat ik ga zwemmen. Aansprakelijkheid gaat in dit land soms extreem ver. Ook hier: geen risico.

Bij de arts een jongeman met gevoel voor humor, kleed ik me uit. Ik mag mijn onderkleding aanhouden. Hij klopt eens wat op mijn rug. Meet de bloeddruk. Vraagt of ik klachten heb. Mijn vrouw vertaalt. Ik ga er maar vanuit dat hij klachten in relatie tot mijn gezondheid bedoelt, anders zitten we hier over een uur nog. Geen klachten. Hij schrijft een korte verklaring. Ik mag gaan zwemmen.

Met mijn elektronische sleutel, ook wel ‘druppel’ genoemd, loop ik door een toegangspoortje. Hier scheid ik van mijn vrouw. Ik ga naar boven, naar de mannenafdeling. Kleed me om. Alle kleding in een kastje. Die zijn voorzien van elektronische sloten. Als ik in mijn zwembroek, met de  ‘druppel’, het kastje op slot probeer te krijgen, lukt me dat niet. Wat ik ook probeer, het kastje blijft open. Wat nu? Ik heb geen zin om me weer aan te kleden, om beneden advies te vragen. Om hulp vragen bij de weinige mannen die zich aan het omkleden zijn, lukt me niet. Op dat moment betreedt een schoonmaker de ruimte. Ik zeg tegen hem, terwijl ik mijn electronische ‘druppel’ laat zien: “Ni rabot”. Het werkt niet. Hij kijkt me eens aan. Loopt met me mee. Probeert het ook. Gelukkig lukt het hem evenmin om het kastje te sluiten.

Hij maakt me duidelijk dat ie een andere ‘sleutel’ gaat halen. Ik moet wachten. In  mijn zwembroek zet ik me op een bankje. Het duurt even, maar dan verschijnt hij, met een andere sleutel, in de deuropening van de kleedkamer. Deze sleutel werkt. Kastje dicht. Hij zegt nog iets, wat ik niet begrijp. Ik zie dat straks wel, als ik vertrek.

Na gedoucht te hebben spring ik het water in. De badmuts op mijn hoofd is verplicht. Vijf banen. Een ervan is leeg. Mijn vrouw stapt tegelijk met een andere vrouw bij mij in de baan. Omdat we allemaal rechts zwemmen vermijden we botsingen.

Er lopen toch wel zo’n veertig mensen in het zwembad. Op een gewone, doordeweekse middag. Huisvrouwen, oudere mannen. Jonge mannen en vrouwen, met tattoos en fitnesslichamen. Kinderen, die zwemles krijgen.

Een half uurtje verder voel ik me een ander mens. Douchen, de sauna in. Stomen en bubbelen. Opwarmen op koude winterdagen in Sint-Petersburg. Een fantastisch cadeau. Nooit gedacht, dat ik zwemmen zo leuk zou gaan vinden. We halen onze jassen op bij de garderobe. Nu nog een cappuccino scoren.