Het regent. Al dagen. Over de stad hangt een zwaar wolkendek. Het is plus zes graden. De mensen zijn saggerijnig. Zo kan het weer zijn, zou je denken, ware het niet, dat we ons eind december in Sint-Petersburg bevinden. Vrienden, kennissen, wie we ook spreken, ze klagen over het sombere weer. Depressiviteit heerst. Het weer is ongewoon voor deze tijd van het jaar. Af en toe, ook op de televisie wordt voorzichtig gesuggereerd, dat het komt door de klimaatsverandering. Wat ook de oorzaak is, normaal ligt er rond deze tijd een dik pak sneeuw. Vriest het. Op de Neva een dik pak ijs. De Finse Golf dichtgevroren. Daar kun je op lopen. Helaas, niets van dit alles. Regen en wind.

De Kerst van het Westen wordt hier anders gevierd. Het kindeke Jezus is in de Russisch Orthodoxe Kerk wat later geboren. De 7e januari om precies te zijn. Onder invloed van het Westen, versiert men hier vanaf medio december de straten met kleurige lampjes. Er staan kerstboomverkopers op strategische verkoopplaatsen. Af en toe kom je een kerstman tegen, in rood en wit. Bel in zijn hand. Van verre hoor je hem aankomen. Als hij langs  loopt roept hij zelfs: “Ho ho ho”. Zit niets Russisch bij.

Wij gaan dit jaar toch weer een kerstboom plaatsen. Het is natuurlijk mijn Nederlandse invloed, maar de Russen zelf houden er ook van. Ze noemen de boom in tegenstelling tot bij ons: de nieuwjaar boom. De boom wordt versierd en blijft als het even kan de hele maand januari staan. Hij overleeft de Russische kerst en het Russische nieuwjaar. Op een van de pleintjes staan zo’n veertig bomen. Alle maten, alle soorten. Een touw om de bomen beschermt de handelswaar. ’s Nachts, vertelt mijn vrouw, slapen de mannen in een oude Lada, die erbij geparkeerd staat. Dit om te voorkomen, dat er bomen gestolen worden.

Boom gekocht en versierd. Eerste Kerstdag 25 december gaan we gewoon naar kantoor. Mijn vrouw moet werken. Ik ben solidair. We lopen in het centrum. Terwijl een groep toeristen tevergeefs de sfeer van een witte Kerst zoekt, klettert de regen naar benden. Een golf van paraplu’s beweegt zich voort, door de feestelijke verlichte straten. Uit een openstaande cafédeur waait ons het: ’Jingle Bells’ tegemoet. Als het zelfs hier niet wil vlotten met de Witte kerst, waar gaat het dan nog wel lukken? In IJsland misschien? Of in Groenland? Die landen kunnen zich de komende jaren voorbereiden op een massaal Kersttoerisme.

Nadat we op gepaste wijze Westerse Kerst en Oud-en-Nieuw gevierd hebben, slaat het weer begin januari om. Regen is sneeuw geworden. Langzaam vriest de Neva dicht. Vadertje Winter heeft dit jaar gewoon op de Russische Kerst gewacht. Die is dan ook sprookjesachtig wit. Terwijl het openbare leven in de stad stil ligt, dwarrelen sneeuwvlokken naar beneden. Het humeur van de mensen is bij toverslag veranderd. Overal vriendelijkheid, behulpzaamheid en lachende gezichten. Optimisme is teruggekeerd.

Op Kerstochtend brengen we een kort bezoek aan ons lokale kerkje. Sfeervolle zang wordt afgewisseld met de monotone gebeden van de priester. De ruimte is gevuld met biddende mensen. Vrouwen hebben hoofddoeken om. Mannen blootshoofds. We steken een kaarsje op voor de geliefden, die we willen steunen of gedenken. Verlaten het  warme gebouwtje. Daarna maken we een wandeling door één van de besneeuwde parken. Op de paden is een enkel voetspoor te zien. Verder is alles nog maagdelijk wit. Eenmaal uit het park zoeken we een gezellig café uit om op temperatuur te komen. We stappen de warmte binnen. Worden verwelkomt door: ‘I’m dreaming of a white Christmas’. Russisch of Amerikaans, wat maakt het uit?