Zomaar een dag in de stad. Niet doelgericht. Beetje  zwerven. Oud-en-nieuw zit erop. De Russische kerst zit erop. Het leven is weer begonnen. Na een vakantie van 10 dagen moet iedereen weer aan de bak. Het leidt tot een ongekende drukte op straat en in het openbaar vervoer. Wintertijd. We gaan in het donker op pad. We komen thuis in het donker. Ik loop in het korte daglicht. Bevind me tussen de mensen.

Menselijke gebreken hier worden minder gecamoufleerd, dan in bijvoorbeeld Nederland. Je ziet de afwijkingen duidelijker. Zo staat er voor mij ineens een man met hele dikke benen. Het valt me op, omdat ik naar de grond kijk, waar ik zoek naar een verloren roebel. Ik zie een paar mega dikke enkels in oversized schoenen. De enkels zijn bloot. De broek hangt net tot over de knieën. Als ik omhoog kijk zie ik de enkels uitdijen in super dikke benen met een bijbehorend dik lichaam. Moeizaam beweegt de man zich voort. Hij loopt op olifantspoten. Niemand kijkt van hem op, of stoort zich aan hem.

Tegenover mij in de metro nog een lege plaats. Nadat het ‘dveri astarozjna’ (de deuren sluiten) is omgeroepen, wurmt zich een kleine man met muts naar binnen. Hij zoekt even, besluit op de plaats tegenover mij te gaan zitten. Zijn haar is lang, komt onder zijn muts uit. Hij draagt een snor en baard. Even heb ik het idee, dat hij naar mij knipoogt. Als ik hem aan blijf kijken, zie ik dat hij een tik in zijn rechteroog heeft. Dat oog dwaalt voortdurend af naar boven. Hij corrigeert dit met een lichte hoofdbeweging. Dit herhaalt zich eindeloos.

Ik stap over op een andere lijn. In de metro kun je goed observeren. Het is niet druk, zodat ik vrij naar de overkant van de coupé kan kijken, in plaats van tegen rokken, broeken, ritsen of knopen. Een blonde vrouw maakt zich op. Ze gebruikt haar mobiele telefoon als spiegeltje. Wenkbrauwen: zwart. Even keuren. Tersluikse blik om zich heen. Wimpers lichtbruin. Ik ontwijk haar blik. De wangen een tintje. Vraagt wat extra tijd. De nodige correcties, voordat die zijn goedgekeurd. De lippen rood als sluitstuk. Niemand die zich er aan stoort. Overlopend van zelfvertrouwen stapt ze uit, bij de volgende halte. Een man met een vooruitgestoken onderkaak stapt in.

Dwang. Handicaps. Allemaal moeten ze overleven. Op een druk plein, schiet me een boekfragment te binnen. De ervaring van een mystica. Op een plein overvalt haar een gevoel van diepe helderheid. Ze ziet al die bewegende mensen. In grote eenheid met hetzelfde bezig: een antwoord vinden op wat ‘leven’ heet. Ik ben geen mysticus. Maar in zekere zin zie ik hetzelfde. Zeker in de Russische samenleving, waar het elke dag erop of eronder is. Een samenleving zonder sociaal vangnet. Waar je bij ziekte, zonder familie, zonder werk, verloren bent.

In een restaurant zie ik alle tafeltjes bezet. Overal mensen met hun mobiele telefoons. Aan het raam zit een vrouw met opgevulde lippen. Botoxlippen. Ze zit te telefoneren. Praat langzaam. Als ik me concentreer op haar lippen, kijk ik naar een vis, die -als in het water- naar lucht hapt, met trage bewegingen om in leven te blijven. Voor wie is deze schoonheid bedoeld? Zolang ze geen vaste partner heeft probeert ze iedere man die haar bevalt te lokken. Zodra er een is die toehapt, die ze toelaat, worden de lippen privé-eigendom. En -niet onbelangrijk- verliezen ze hun functie.

Zo leven we verder. Bewegen ons voort. Drijven nog even op de nieuwjaarswensen van voorspoed en geluk. Ons lot tegemoet op de golven van voor en tegenspoed.