Avond. Het regent alweer. Zojuist is bekend geworden, dat in de laatste twee maanden van het afgelopen jaar de zon slechts twee uur geschenen heeft in Sint-Petersburg. Geen wonder dat mensen humeurig worden. Ik kom net uit de bouwmarkt waar ik ledlampen gekocht heb. Ook hier gaat men voor Led. Niet zozeer uit oogpunt van milieu, maar vanwege het lage elektriciteitsgebruik en de lange levensduur. Ondanks het tijdstip -het is zeven uur ’s avonds- is het nog druk in de buurt van de City Mall, het winkelcentrum waar ook de bouwmarkt is gevestigd. Mensen lopen met paraplu’s. Het zicht is slecht vanwege de vele plassen op de grond en de neer druisende regen. Ik merk het, als ik oversteek. Als het voetgangerslicht op groen springt bewegen twee rijen mensen naar elkaar toe. Bij goed zicht ontwijken de twee tegengestelde stromen elkaar. Iedereen komt zonder te botsen aan de overkant. Met dit weer ligt dat anders. Ik moet capriolen uithalen om mensen te ontwijken. Ik zie ander mensen dat ook doen. Er botsen zelfs mensen.

Bij de halteplaatsen rijden bussen af en aan. Spetterend razen auto’s langs. Baboeska’s verweren zich met hun versleten paraplu’s  tegen een stevige wind. Sta je verkeerd, dan zwiept een langsrijdende auto een plas water tegen je kleren.

Binnen is van die sfeer weinig te  merken. Hier volop sfeerlicht. Hier verleidt de weelde. Want ondanks de lage salarissen, lopen hier toch heel veel Russen met koopkracht. Er wordt een flat screen televisie  de schuifdeuren uitgedragen. Een vrouw loopt langs met een goedgevulde kledingtas. Bij de kassa van de  levensmiddelen staan lange rijen met volle winkelwagentjes. Van enige tekortkoming is  hier weinig te bespeuren. Op de bovenverdieping zijn alle tafeltjes van het City Mall café bezet.

Ondanks het tijdstip zie ik veel jonge kinderen in gezelschap van hun ouders. Kinderen gaan hier vaak laat naar bed. Ouders nemen ze vaak noodgedwongen mee, bij het doen van inkopen, ook al is het wat later op de avond. De verveling van hun kroost wordt bestreden met lekkernijen. Als niet aan de kinderwens wordt voldaan, maken ze kabaal. Waardoor de ouders vroeg of laat toch overstag gaan, waarna de lolly of het drankje toch gekocht wordt.

Intussen loop ik naar de laatste oversteekplaats voor de tram. Om mij heen staat een massa mensen met paraplu’s, tassen en kinderwagens. Men is gehaast. Sommige volwassen lopen al een stukje de zebra op, terwijl de teller onder het voetgangerslicht nog 8 seconden “wachten” aangeeft. Het kruisende autoverkeer valt stil. De oversteek lijkt veilig. Maar er komen toch nog twee auto’s aangesneld, die misschien door oranje-rood zijn gereden. Terwijl de teller op 2 seconden springt, maakt een kind zich los uit de menigte. Hij rent als enige het zebrapad op. Een botsing met de eerste auto lijkt onvermijdelijk. Het is een kwestie van twee stappen. Dan gilt de moeder: “Sergé!”. Een hartenkreet. Het jong reageert onmiddellijk. Stopt. Verschrikt ziet hij de auto voor zich langs flitsen. Komt tot zijn positieven. Rent terug naar zijn moeder. Toeschouwers slaken een zucht van verlichting.

Het voetgangers licht is groen. De massa komt in beweging. Mensen stromen op elkaar af, ontwijken. Ik loop naar de tram. Moet denken aan dat ene moment. De gil. Het kind, dat stopt. Het was op het nippertje. Stel je voor, wat er was gebeurd, als  het kind  was doorgelopen. Ik moet er niet aan denken.

Twee haltes verder staan politie wagens en een ambulance met zwaailicht bij een kruispunt. Twee auto’s zijn op de kruising gebotst. Een van de zwaargewonden wordt op een brancard afgevoerd. Een ongeluk zit in een klein hoekje.