Ik heb twee broeken gekocht. Goedkope aanbieding bij de goedkoopste supermarkt van Nederland. De verleiding was me te groot. Ik kon de broeken ter plekke natuurlijk niet passen, maar ik hield ze langszij, zodat ik in ieder geval de lengte kon meten. Die was -met mijn lange benen- goed. Thuisgekomen trek ik er een aan. Dat valt een beetje tegen. De lengte is goed, maar qua omvang kan ik er twee keer in. Met mijn domme hoofd heb ik de kassabon vergeten mee te nemen.

’s Avonds belt mijn vrouw. Ik vertel haar het verhaal van mijn twee  mislukkingen. “Geen probleem”, roept ze, “neem ze mee naar Sint-Petersburg. We hebben hier goede naaiateliers”.

Heden. We zijn op weg naar het dichtstbijzijnde naaiatelier, tien minuten lopen vanaf onze flat. In een plastic tas draag ik de twee broeken, uit Nederland geïmporteerd. Het is vroeg donker, wat het lopen bemoeilijkt. De straten en de trottoirs zijn hier zwart geasfalteerd. De verlichting is op sommige plekken schaars. Gaten en scheuren in het wegdek slecht zichtbaar. Ik loop daarom in een tempo stapvoets. Zonder kleerscheuren bereiken we het atelier. Boven de deuren van een benedenverdieping staat het woord: Atelba. Hier moet het zijn. We lopen een trappetje op, gangetje in. Het gangetje komt uit op een formaat forse huiskamer, die volhangt met kledingstukken. Achter naaimachines zitten twee vrouwen.

Een van beiden staat op. Vraagt waarmee ze kan helpen. Mijn vrouw toont de twee broeken. Zegt, dat ze versteld moeten worden. Geen probleem. Ik wordt gevraagd om een van de broeken aan te trekken. Er is een paskamertje, dat bestaat uit vier gordijnen. Ik heb de broek aan. Loop de paskamer uit. Voel alle blikken op mij gericht. Ik besluit een beetje lollig te doen. Trek de broek naar voren en speel een clown uit het circus . Die lopen ook met van die  wijde broeken. Na twee rondjes vinden ze het welletjes. Een van de vrouwen commandeert me op een vierkant plateau van hout.

Met spelden wordt mijn broek op het juiste formaat gebracht. Het brengt me terug naar de jaren zestig. Mijn moeder kon goed naaien. Ze bracht onze kleding op dezelfde wijze op maat. Als de vrouw klaar is kijkt ze nog eens ernstig. Keurt de operatie goed. Noemt een prijs. 30 euro voor het verstellen van twee broeken. We gaan akkoord. Krijgen een bonnetje mee. Over drie dagen zijn ze klaar.

Nu ik de weg naar het atelier weet, kan ik de broeken alleen gaan halen. Ik heb een fototoestel bij me, want ik ben van plan een blog met foto te maken over dit naaiatelier. De dames ontvangen  mij allerhartelijkst. Het bonnetje is niet nodig. Ze weten nog wel wie ik ben. Wat ik heb besteld. Ze overhandigen de broeken. Ik mag er een passen. Hij zit me als gegoten. Ik geef uitgebreide complimenten. Niets dan lof. De broeken worden ingepakt. Ik reken af.

Als ik het wisselgeld ontvangen heb, vraag ik, of ik een foto mag maken. Van hen en het atelier. Dat vinden ze geweldig. Ik leg uit, dat het voor Nederland is, omdat we het verschijnsel naaiatelier niet meer zo kennen in mijn land. Niet op de manier zoals hier in Sint-Petersburg. Ik vraag ze om voor de kledingrekken te poseren. Het werk wordt neergelegd, de haren wat geschikt. Een van de twee doet nog gauw wat lippenstift op. De foto’s zijn snel gemaakt. Na overleg bepalen we wat de mooiste foto is. Die komt boven de blog. Alles gelukt. Ik bedank ze. Zij bedanken mij. In mijn nieuwe broek loop ik het atelier uit.