‘s Morgens vroeg in een trolleybus. Een mengsel van regen en natte sneeuw maakt het leven op  straat onaangenaam. In de bus staan de mensen op elkaar geperst. Iedereen moet naar zijn bestemming. Te weinig plaats voor te veel volk. Bij iedere halte staan mensen te dringen. Zodra ze zien dat  de bus afgeladen vol is, haken ze af. Berusten in wachten op de volgende bus. Bij metrostation Kommendansky prospekt leegt de massieve kubus zich. Mensen spoeden zich het metrostation in.

De poortjes van de metro geven een zelfde beeld. Een mensenmassa hoopt zich op, omdat iedereen met een muntje, of een kaart vertraging veroorzaakt. Ik schat een opeenhoping van zo’n honderd mensen. Mensen met claustrofobie moeten hier niet zijn. De beveiliging moet uit die mensenmassa risicovolle personen filteren. Ze naar een extra scan van hun bagage verwijzen. Onbegonnen werk. Eenmaal door de poortjes, op een van de drie geopende troltrappen, lost de massa op.

’s Ochtends vroeg om een uur of zeven gaan de meeste inwoners van Sint Petersburg naar hun werk. Ze verlaten hun krappe appartementen. Stromen uit over de stad. ’s Avonds keren ze terug. Afgemat, gefrustreerd, ontevreden over de karige beloningen  voor hun inspanningen. Een cyclus die zich vijf keer per week herhaalt.

Vannacht lag ik wakker van een schreeuwende buurvrouw. We kennen onze buren. Daarom weet ik, dat de dochter een conflict met haar moeder had. Iedereen hier woont in een appartement van 40 m2. Twee kamers en een keuken. ’s Avonds, ‘s nachts lossen we hier onze persoonlijke problemen op. Man drinkt teveel. Vrouw geeft teveel geld uit. Of omgekeerd. Zo zijn er talloze voorbeelden. Alle menselijke tekortkomingen worden hier uitgevochten. Natuurlijk gebeuren hier ook vreugdevolle dingen. Er komen hier kinderen in prille gezinnen. Mensen genieten van een zekere mate van vrijheid. Sinds de grenzen van het land open zijn kunnen we eruit, naar de all-inclusive resorts.

Maar wat is het perspectief? Waar leven we hier voor? Op televisie wordt ons voortdurend een wereld van luxe en welvaart voorgeschoteld. Mensen in films of in  series wonen in comfortabele woningen. Hun kinderen hebben de ruimte. Zijzelf trouwens ook. Aan geld en luxe geen gebrek. Iedereen heeft een auto.

Op Admiraltiskaya stanza stapt de menigte uit. We zijn in het centrum. Iedereen spoedt zich naar zijn werkplek. Sommigen hebben de tijd om nog een cappuccino te bestellen. Staand bij een loketje. Lopend drinkend ze hem op. Of in een cafeetje aan een tafeltje, terwijl we nog wat mailtjes en wat berichten verwerken. Uiteindelijk keert de rust op straat weer.

Op de Bol’shaya Morskaya Ulitsa staan de ‘living statues’ zich kapot te vervelen. Er zijn geen toeristen. Dus ook geen inkomen. Om hun uitzichtloze situatie te doorbreken, bouwen ze acts. Ze slaan met hun gouden zwaarden op de vierkante boxen waar ze normaal gesproken doodstil op staan. Als in het echte leven: bij veranderingen, reageer je, door te bewegen.

Een wit geschminkt engeltje loopt op  ieder echtpaar met kind af. Mijn god, ik wist niet engeltjes zo klein waren. Als een echtpaar haar afscheept, wordt ze boos. Staat ze  met wapperende vleugels de ouders te beledigen. Een van de gouden krijgslieden loopt zelfs het zebrapad op, om mensen te verlokken tot een fotosessie, die hij af kan rekenen. Nul reactie . Alleen maar claxonnerende auto’s. Frustratie viert hoogtij. Waarom staan we hier? We hebben niets anders.

Aan het einde van de dag in kolonne naar huis. De hele dag met ongezonde verf op de blote lichaamsdelen. Snel afschminken. Blik in de portemonnee. Is er nog geld om iets te eten? Die verdomde toeristen ook.