Aeroflot vliegt niet meer op Europa. Het komt heel dichtbij, het virus. Rusland doet er alles aan om het zoveel mogelijk buiten de grenzen te houden. Ook binnen de grenzen worden de nodige maatregelen genomen. De nodige adviezen gegeven. De maatregelen beperken zich vooralsnog tot het tegenhouden van mogelijke besmettingen. Mensen uit risico gebieden worden geweerd. Uitreizen voor werknemers van de overheid is vrijwel geheel onmogelijk.

In grote steden wordt geadviseerd om drukte in de metro te mijden. Het gevolg is nu, dat het tussen acht en negen uur ’s morgens, wanneer het normaliter dringen in de massa is, er nu een serene rust heerst. Waarna tussen negen en tien een massale toeloop van personen plaats vindt. Probeer die massa dan maar eens te mijden. Je kunt ergens een kop koffie gaan drinken, tot de drukte voorbij is, maar de baas houdt geen rekening met overheidsadviezen.

Ook wordt iedereen aangeraden om mondkapjes te dragen. Er is hier geen discussie over, of de kapjes wel of niet beschermen. Dus nu ik het metrostation in stap –zonder mondkapje, ik ben een paria- ververwacht ik een witte zee van mondkapjes op de roltrappen en in de metro aan te treffen. Niets van dit alles. Ik heb welgeteld één persoon met een mondkapje zien lopen. Die bewoog zich zo beroerd, dat ik denk dat-ie te weinig lucht kreeg met dat kapje op.

Inmiddels wordt ook geadviseerd om samenscholingen van meer dan 100 mensen te verbieden. Toevallig is vandaag het muziekprogramma op de bibliotheek. Hier komen iedere keer meer dan 100 mensen –overwegend bejaarden- op af. Die zitten dan 3 uur lang opeen gepropt in een te kleine zaal. Daar lopen de temperaturen op, mengen virussen en bacteriën zich genadeloos en tasten iedereen aan, die er zit te applaudisseren voor de musici. Ik maakte een grapje tegen de portier. Ik zei, dat als er hier iemand het Corona virus draagt, het een meedogenloos effect zal hebben, op de bejaarde gasten. Zijn antwoord was eenvoudig: Russische baboesjka’s zijn beresterk. Daar krijgt een virus niet zomaar vat op. Ik geloof hem. Maar heb wel medelijden met de weinige deduska’s die in de zaal zitten. Zij gaan er als eerste aan.

Maar nu nog niet. Terwijl een tenorgitarist stukken uit een klassiek repertoire speelt, zitten ze te genieten. Een enkeling kijkt eens stiekem naar zijn buurvrouw die hij heel erg leuk vindt, maar bij wie hij –dat weet hij uit eerdere ervaringen-  geen kans maakt. Wat dondert het. Hier is muziek. Hier is gezelligheid. Hier is cultuur. Hier doet hij zijn wekelijkse portie sociale contacten op. Straks naar huis. Wodkaatje drinken, televisie kijken. Het nieuws over een virus volgen, dat het hele leven dreigt te ontregelen.

Nu is er hier in Sint-Petersburg nog niets aan de hand. Laten we hopen dat het zo blijft. Ik moet er niet aan denken, dat in al die kleine appartementen mensen in isolatie zitten. Verboden je appartement te verlaten. 21 dagen lang met zijn drieën, met zijn vieren binnenblijven. Op elkaars lippen. Drie weken lang onzekerheid over inkomsten, over eten en drinken.

Een wereldstad die stilvalt. Het is hier niet overal even efficiënt geregeld. De overheid adviseert. Daar zijn ze sterk in, maar zodra het op maatregelen aankomt, die rekening houden met een bevolking zonder vangnet, vallen er slachtoffers. Waar gehakt worden vallen spaanders. Russen zijn sterk genoeg, veerkrachtig genoeg om alle rampspoed te doorstaan. Ik weet nu dat er meer baboesjka’s zullen overleven, dan dedusjka’s. Helaas behoor ik tot de laatste categorie. Ik troost me met de gedachte, dat ik geen Russische dedusjka ben. Hollandse dedusjka’s zijn ook beresterk.