Op bezoek bij Maria en Gregor. In een kleine tuin, afgeschermd met bladerrijke begroeiing. De avond is warm. Broeierig haast. Het is nog licht. We zijn uitgenodigd voor een barbecue “Russian style”, wat dat ook moge inhouden. Ik eet geen vlees, wel vis. Ze hebben zich ingespannen om het ook voor mij aantrekkelijk te maken. Het zijn twee lieve mensen, die met iedereen rekening proberen te houden. In de aanloop naar de barbecue toasten we op het leven. Vooral op de relativiteit van het leven. We starten met champagne.

De barbecue is op temperatuur. Stukken vlees en stukken vis worden langzaam eetbaar boven de hete houtskool. We drinken wodka. Hebben interessante gesprekken. Maria spreekt uitstekend Engels. Daardoor ben ik meest met haar in gesprek. We hebben plezier. Wisselen anekdotes uit. Hoe is het leven in Nederland? Hoe gaat het in Rusland? We nemen alle verhalen over onze landen en over onze landgenoten met een grote korrel zout. Lachen en relativeren.

Later op de avond als de schemer is ingedaald hoor ik van Maria een verhaal, dat me raakt. Haar moeder is onlangs overleden. Ze was 84. Een mooie leeftijd. Maar hoe het gegaan is? Moeder kon dankzij de steun van Maria thuis blijven wonen. Ze vertoonde lichte verschijnselen van dementie, maar was goed in staat om thuis te zijn. Zorg was absoluut nodig. Dus huurde ze iemand in, die haar moeder iedere dag verzorgde. Zo had ze gezelschap, ze kreeg te eten. Werd ook lichamelijk verzorgd.

Op een dag werd ze gebeld. Haar moeder was gevallen en had iets gebroken. Iets met haar been. Maria  regelde snel vervoer naar een ziekenhuis in de buurt. Daar werd ze gediagnosticeerd: gebroken dijbeen. De volgende dag werd het in het gips gezet. Moeder verbleef 4 dagen in het ziekenhuis, toen werd haar meegedeeld, dat ze weg moest. Voor het ziekenhuis wogen de kosten niet meer op tegen de baten. Op de vraag waar haar moeder naar toe moest, kreeg Maria als antwoord: wij weten het niet, maar morgen moet het bed leeg zijn.

Maria belde in allerijl de halve stad rond. Vond uiteindelijk een particulier verzorgingstehuis. Haar moeder werd daar –tegen betaling- met de ambulance naar toe gebracht. In het verzorgingstehuis werkte een deskundige arts. Al dezelfde dag werd vastgesteld, dat het verkeerde been van haar moeder in het gips was gezet. Omdat men twijfelde heeft Maria de röntgenopnamen van de beenbreuk nog opgevraagd. Daaruit bleek het gelijk van het verzorgingstehuis. Het verkeerde been was behandeld. Het gips daarvan werd verwijderd, waarna het daadwerkelijk gebroken been in het gips werd gezet.

Mensen van 84, dat is bekend, zijn bijzonder kwetsbaar als het gaat om been- en heupbreuken. Verwacht er niet teveel van, werd tegen Maria gezegd. De zorg in het verpleeghuis was goed. Haar moeder kreeg de aandacht die ze verdiende. Toch verzwakte ze. At slecht. Kreeg weinig vocht binnen. Het leidde uiteindelijk tot haar dood. Ze was op.

Wat me pijn doet in dit verhaal is de onverschilligheid, die heerst in de Russische gezondheidszorg. Hoe is het mogelijk, dat iemand met een beenbreuk, aan het verkeerde been behandeld wordt? Aan haar lot wordt overgelaten? Het antwoord moet zijn, dat men hier in ziekenhuizen van goede wille is. Toegewijd en deskundig. Maar men wordt slecht betaald. Men maakt onmenselijk lange werkdagen. De ziekenhuizen hebben structurele tekorten. De scherpte gaat eraf. Men is niet meer te prikkelen op het leveren van optimale service.

De barbecue gaat verder. Maar het volgende stuk vis smaakt me niet. Met een glas wodka heb het proberen weg te spoelen. Dit trieste verhaal laat zich niet makkelijk vergeten.

(Het zal opvallen, dat sommige blogs niet altijd synchroon met de reële tijd plaatsvinden).