Ze komen hier vaker. In de buurt van Sint-Petersburg ligt een groot bosmeer. Het is nog koud voor de tijd van het jaar, maar vandaag treffen ze het. Ze heten: Mimi, Ludmilla en Svetlana. Twee zussen met hun moeder. Een plek verscholen in het bos, waar liefhebbers naar toe trekken en elkaar ontmoeten. Als het water op temperatuur komt, wordt er gezwommen. Soms ook als het water nog niet op temperatuur is.

Het is crisis in Rusland. In de grote steden heerst de gekte. Het virus legt het openbare leven plat. Iedereen zit thuis. Naar buiten mag je alleen als je via internet een code  weet te scoren. Boodschappen doen, de hond uitlaten, levert geen problemen op. Andere redenen worden zwaarder gewogen. Vandaag is het 9 mei. De dag van de overwinning. Op deze datum gaven de Duitsers zich over, waarmee de grote oorlog, zoals ze die hier noemen, beëindigd werd. Normaal vinden er uitgebreide festiviteiten plaats. Met als hoogtepunt: de militaire parade in Moskou, op het rode plein. Dat alles is -in verband met het virus- afgelast.

De drie familieleden laten zich niet uit het veld slaan. Hebben zin in een feestje. Svetlana verzint een goede reden om toch te kunnen reizen. Ze gaan hun moeder vanwege haar gezondheid naar familie in Sjestroretsk brengen. Het wordt geaccepteerd. Mimi regelt een taxi. Met de code begeven ze zich op weg naar het bosmeer. Proviand en een flesje drank worden ingepakt. Het is tenslotte een feestdag. En mochten ze gecontroleerd worden, dan is dat het voedsel dat ze hun moeder meegeven.

Ze zijn in een uitgelaten stemming. Als je in de stad geen feest mag vieren, dan moet je het hier maar doen. Ter gelegenheid van vandaag dragen ze soldatenpetten. Aan het topje van hun bikini’s hebben ze het oranje zwarte Sint George lint geknopt. Het symbool van de dag van de overwinning.  Het verhoogt de stemming. Na gezwommen te hebben in het toch wel koude water, wordt de fles met wodka geopend. Al en toe komt er een soortgenoot langs. Deelt in de feestvreugde, want iedereen die vandaag naar het bosmeer komt neemt iets te drinken of te eten mee. Dat is een stilzwijgende afspraak.

Een man en een vrouw komen langs. Ze stappen in hun blootje het water in. Na het zwemmen een slok uit de fles die maar niet leeg wil raken. Nog bloot zetten ze allebei een soldaten pet op. “Foto, foto”, roepen de zussen. Dat vindt het stel toch iets te ver gaan. Dus wordt er niet gefotografeerd.

Ze zingen liedjes uit een ver verleden, met een hoog nostalgie gehalte. Waar is de tijd van wuivend koren. Van het maaien en oogsten, het bundelen van de aren in schoven, terwijl de mannen in de fabriek werken. Vrouwen op het veld. Het hele zomerseizoen door. Opbloeiende liefdes. Waar blijft de tijd?

Terwijl dit feestje nog tot laat in de avond doorgaat -er wordt een klein vuurtje gestookt- zitten de inwoners van de grote stad  binnen. Ze kijken naar de zoveelste herhaling op de televisie. Luisteren naar de zoveelste toespraak van de grote leider, die verklaart, dat alles de goede kant op gaat. Dat alles onder controle is, terwijl iedereen weet, dat dat niet zo is. Maar, wat moet je?

De oplossing is, om op de een dag als vandaag, een klein feestje te bouwen in het grote bos. Hier ontlopen we het virus met een duik in het koude water en een goed glas wodka. Echt helpen zal het niet. Je ontsnapt in ieder geval voor even de zwaarmoedigheid, die de stad in zijn greep heeft.