Inmiddels zijn wij twee maanden verder. Uitzicht op verbetering is er niet. De overheid meldt keurige cijfers. Aanvaardbare aantallen besmettingen. Aanvaardbare aantallen doden. Het gewone volk weet wel beter. Zij zitten klem tussen hun realiteitszin en het verlies aan inkomen. Iedere week moeten we eten. Iedere maand hebben we onze vaste betalingen. Maar geen inkomsten. De overheid geeft compensatie. Een druppel op een gloeiende plaat. Veel mensen wagen het er de laatste tijd op. Nemen risico’s met hun gezondheid. Officieel duren de beperkende maatregelen twee weken. Toch gaan ze nu al met minibusjes en metro naar hun kantoren. Anderen vervelen zich te pletter. Die trekken er op uit. Daarbij laat het Russische voorjaar dit keer lang op zich wachten. Een paar dagen geleden sneeuwde het nog.

We moeten leren leven met een nieuwe realiteit. Het Sovjet systeem ging er van uit, dat woningen er alleen toe dienden om te slapen. De overige tijd brengen de Russen elders door. In die tijd vooral op het werk. Iedereen had dankzij dit gekunstelde systeem werk. De overheid betaalde. Dan was er de riante verdeling van Datsja gronden. Iedereen in de grote stad kwam in aanmerking voor een stuk grond. Ze mochten er naar eigen smaak een woning op bouwen. Een enkele voorwaarde was, dat ze groente en aardappels moesten verbouwen. Voor eigen gebruik. De overheid dacht daarmee de voedselschaarste bij te sturen.

Vanaf het moment, dat de maatregelen in verband met het virus werden afgekondigd, zijn veel Russen naar hun Datsja gevlucht. Dat was midden in de Russische winter. De nachten waren koud tot min tien graden onder nul. Nu variëren de Datsja’s in Rusland van zeer luxe woningen tot uiterst primitieve gevallen van hout. De bezitters van de tweede categorie moeten hun uiterste best doen om het binnen warm te krijgen. Meestal staan er houtkachels. Al snel ruikt het er alsof er een complete industrie in werking is, ook al omdat bruinkool briketten bijgestookt worden. Een vertrouwde lucht in het Communistische Oosten.

Ieder Datsja-terrein heeft winkels. Die worden goed bevoorraad. Genoeg te eten en te drinken. In deze benauwde winkels valt geen afstand te houden. Als je anderhalve meter aanhoudt, is er plaats voor drie klanten. Russen zijn gewend om in rijen te staan maar rijen met anderhalve meter afstand tussen iedere  persoon, dat werkt hier niet. Of het veel zieken oplevert, is mij niet bekend.

Mijn vrouw is een van de vele inwoners van een appartement aan de Finse golf. Hier naartoe zijn veel stedelingen gevlucht. De verwarming draait hier volgens het principe van de stadsverwarming. Koud hebben ze het niet. Ook hier is het leven beperkt. De dichtstbijzijnde winkel ligt op 2 kilometer fietsen. Tweemaal in de week is er een bescheiden markt met melk, boter, kaas en eieren. Daarnaast ook vlees en vis. Water uit de kraan is niet erg zuiver. Als je het kookt is het te doen. Beter haal je het uit een waterbron in de buurt. Regenwater, dat door zandduinen wordt gefilterd. Komt beneden tevoorschijn. Waterfles er onder. Voorraad aangevuld.

Zo is iedere Rus aan een nieuwe vorm van leven begonnen. Mijn vrouw zit op het dak van haar flat, dat is ingericht als een terras. Glazen wanden houden haar uit de wind. Voorkomen dat je van het dak valt. Door het glas heen heb je uitzicht op het strand en de zee. Terwijl ze daar iedere dag om zich heen kijkt, denkt ze na over het uitzicht, dat het leven haar biedt. Het zal nooit meer worden zoals het was, dat is zeker, maar hoe dan wel? Golven rollen af en aan. Gelijk het leven.