Het is een dag waarop alles tegenzit. Ik heb een programma uitgestippeld, waarin weinig ruimte zit. Veel computerwerk, rekeningen betalen, wat telefoontjes, het schrijven van een blog. Het is nog vroeg. De ochtend is veelbelovend. Het waait buiten en het is bewolkt. Het zal me weinig moeite kosten om de dag binnen door te brengen. Voor we gaan ontbijten, kan ik alvast de mails doornemen. Op het moment dat ik de eerste mail wil openen, komt mijn vrouw de kamer binnen. Ze heeft de smartphone in de hand.

“Hij doet het niet meer”. Op het gebied van techniek ben ik de uitgesproken ‘master’. Mijn vrouw is bijna digibeet. Ik druk op een knopje. Er verschijnt een melding die ik herken. Ik zeg: “ik kijk er wel even naar. Zo opgelost. Eitje.”

Mijn vrouw laat in vol vertrouwen de telefoon bij mij achter. Ik herstart het apparaat. Het blijkt toch lastiger dan ik dacht, vooral ook, omdat alles er in het Russisch opstaat. Het lukt me niet. Intussen zet mijn vrouw een wodka glaasje met een ei erin op mijn bureau. Verbaasd kijk ik haar aan.

“Je wilde toch een eitje?”

“Nee, hoe kom je daar bij?”

“Dat zei je zo-even”.

Ik snap nu, dat ik een Nederlandse uitdrukking heb gebruikt, die verkeerd is geïnterpreteerd. Ik leg uit, dat wat ik zei, betekent, dat ik het een makkelijk karweitje vind. Ik los het op in een paar minuten: eitje. Ik zie aan haar gezicht, dat de uitleg niet over komt. Ik ga het niet nog eens uitleggen. Ik geef haar een kus. Zeg dank je wel. Ik peuzel het eitje op. Maar daarmee is de telefoon nog niet gerepareerd.

Eerst maar het echte ontbijt. Ook hier krijg ik een eitje. Met twee eieren in de morgen kun je aan iets anders denken, maar ik denk alleen maar aan de telefoon van mijn vrouw. Ik kom maar niet door die Russische teksten heen. Vanuit mijn geheugen probeer ik te herkennen wat er staat. Vaak begrijp ik de term, maar ik om er niet uit. Wat ik dacht dat een eitje zou zijn, wordt een frustrerende bezigheid. Vooral ook omdat ik andere plannen had. Dit vreet tijd.

Mijn vrouw komt informeren of haar telefoon al werkt. Ik bijt op mijn tong. Zeg allervriendelijkst, dat het toch ingewikkelder was, dan ik dacht. “Geen eitje dus?” vraagt ze. Ze snapt de uitdrukking  dus wel. Het lost de irritatie op. Ik moet er inwendig om lachen. Tegelijkertijd los ik het probleem op.

Ik overhandig haar het toestel. Ze probeert het. Keurt het goed. “Nog een eitje?”

“Geef me nu maar koffie”.

Door deze verwikkelingen ben dusdanig uit balans, dat ik besluit de telefoontjes morgen te doen. Inspiratie voor een blog ontbreekt me. Dan maar een stuk fietsen langs het strand. Ik trek er een uurtje voor uit. Op en neer naar Sjestrotetsk. Het waait hard. Het zal mijn volle hoofd leegblazen en ruimte maken voor inspiratie.

De fietstocht van een uurtje wordt er een van drie uur. In de buurt van Sjestroretsk breekt de ketting van mijn fiets. Bovendien begint het te regenen. Doorweekt kom ik thuis. Mijn vrouw is op de hoogte. Ik heb haar gebeld. Natte kleding uit. Onder de douche. Ik wordt weer warm. Terwijl ze een glaasje wodka voor me inschenkt -dat helpt werkelijk tegen alles- wordt me ineens duidelijk, wat het onderwerp van mijn blog wordt. Deze dag heeft me genoeg stof tot schrijven geleverd. Al zijn het vaak maar kleine dingen. Ze bepalen wel hoe mijn leven in Rusland eruit ziet.  In no-time staat de blog op papier. Eitje.