In Moskou lijkt het aantal besmettingen en doden terug te lopen. In Sint-Petersburg daarentegen is nu sprake van een aanmerkelijke toename. De parade ter herdenking van de overwinning op de Duitsers in de grote oorlog staat gepland op 24 juni. De overheid is het beu. Het is genoeg geweest. Het normale leven moet wat hen betreft hervat worden. Aan lokale overheden wordt het overgelaten, welke maatregelen er aanvullend wel of niet nodig zijn. In deze sfeer moet mijn vrouw terug naar de stad, waar ze al twee maanden niet geweest is. Ze ziet er erg tegenop. Vraagt mij om advies. Overbodig, maar ik druk haar op het hart voorzichtig te zijn. Ga niet met het openbaar vervoer, vanwege overvolle metrorijtuigen of volle minibusjes. Houdt afstand van mensen.

Nu loopt ze op Nevski prospekt in een onwezenlijke sfeer. Er zijn geen mensen op straat. De anderhalve levende ziel die ze tegenkomt draagt een masker. Geen bedelaars bij de metro. Er valt niets te bedelen. Geen zwervers op straat. Het ontbreekt aan voedsel, al dan niet weggegooid. Auto’s rijden er. Die hebben vrij baan in een op het oog uitgestorven stad. Ze moet iets officieels regelen. Komt daarbij langs het Paleisplein. Ze is gechoqueerd. Het plein is volkomen leeg. Totaal geen activiteiten. Hermitage gesloten. Niets. Een stad na de Apocalyps. Bij metrostations verzamelen zich wat mensen. Op een aantal plaatsen wordt gewoon gewerkt. Supermarkten en geselecteerde winkels zijn open.

In de metro is het ronduit riskant. Buiten regent het. Rijtuigen vullen zich met mensen in natte kleding . De meesten dragen een mondkapje, maar ze beseffen, dat zo’n kapje weinig bescherming biedt. Is het dan de Russisch natuur, die zegt, dat het noodlot altijd de buurman treft? Het virus redeneert anders, zo blijkt uit de cijfers, die gaande de epidemie steeds eerlijker worden. Inmiddels duizenden doden. Een veelvoud aan besmettingen.

In het kantoor waar ze moet zijn heerst rust. Waar normaal mensen staan te dringen, of uren zitten te wachten in benauwde, slecht geventileerde ruimten, zit welgeteld een man met een bedekt gezicht. Hij heeft een nummertje uit de, overbodige, automaat gehaald. Aan haar nummertje ziet mijn vrouw, dat ze als tweede aan de beurt is. Het verrast haar niet. Op het display verspringt een getal. De man staat op. Krijgt vanachter zijn masker een enorme hoestbui. Verdwijnt naar binnen. Mijn vrouw is soms overdreven bezorgd over zaken die de gezondheid bedreigen. Ze ziet de druppeltjes met het virus al in de benauwde wachtkamer rondzweven. Voor de zekerheid gaat ze op de gang staan, totdat ze aan de beurt is.

Wat geregeld moest worden is gedaan. Even kort langs onze woning. Onderweg de zelfde taferelen. Bijna geen mensen op straat. In het minibusje met zijn zessen. Thuis voelt alles vreemd aan. Alsof ze terugkomt, van een lange zomervakantie. De buurvrouw heeft de plantjes water gegeven. Ze staan er florissant bij. Alles lijkt hetzelfde. Niets veranderd.

Naar ons appartement aan de Finse Golf neemt ze een taxi. De chauffeur draagt een kapje. Praat honderduit. Hoest af een toe stevig. Komt van het roken zegt hij. Mijn vrouw is achterin gaan zitten. We leven nu eenmaal in een wereld waarin je niemand kunt vertrouwen. Waarin je van het ene moment op het ander besmet kunt raken. Ziek kunt worden. In een mum van tijd kunt sterven. Ze slaat nog maar eens een kruisje. Zucht diep. Is blij dat ze er is. Met volle teugen ademt ze de lucht van de Finse Golf in. Dit is een gebied waar talloze sanatoria zijn gebouwd, vanwege de zuivere lucht. Het beste antivirus programma. Hopen dat het werkt.