Selecteer een pagina

Na een hap van een heerlijk Russisch gerecht, schiet er een hevige pijnscheut door mijn onderkaak. Op slag is alle genieten verdwenen. De wankele kies, waarvan ik allang wist, dat er iets mee moest gebeuren geeft er de brui aan. Ik ben vrij onverwacht afgereisd naar Sint-Petersburg. Die kies kan nog wel even, dacht ik. Niet dus. Mijn vrouw ziet dat ik niet meer eet. Kijkt me aan. Of ik ergens last van heb? Ik knikt en zeg, dat ik kiespijn heb. Dat gaat zo wel over, probeert ze me gerust te stellen. Tegelijk bestelt ze een grote wodka. Dat helpt ook tegen pijn. Ik heb daar niet veel vertrouwen in, aangezien, ik vaker kiespijn heb gehad, waarna een glas sterke drank geen soelaas bood. Maar niet getreurd, baat het niet, dan schaadt het niet.

Ik spoel het Russische wonderwater langs mijn pijnlijke kies. Heb even het gevoel dat het helpt. Na korte tijd keert de pijn in volle hevigheid terug. Ik merk, dat het spoelen een kortstondig effect heeft, maar om nu de rest van de dag de kies met wodka te bestrijden lijkt me, ondanks dat ik graag een glas wodka drink, geen goed idee. Mijn vrouw ziet in, dat dit geen oplossing is. Ze pakt haar telefoon. Binnen tien minuten heeft ze een tandarts geregeld. Hij is ook nog eens 20% goedkoper dan de rest, vanwege een of andere winteractie. Het voedt mijn wantrouwen. Is dit geen manier om zijn onkunde te verbergen?

Achter een van de deuren in de Rubinstein ulitsa, treffen we de praktijk van tandarts Nicolai Spasski. Misschien wel familie van de schaker. Terwijl de pijn steeds heviger wordt en ik soms kreunend probeer de hem de baas te blijven,  moeten we wachten in een kleine wachtkamer.  Er bevinden zich drie mensen voor ons. Een oudere vrouw die ziet hoe ik lijd , zegt iets tegen me. Als ik wil mag ik voorgaan. Ik voer een korte strijd: aan de ene kant is er mijn wantrouwen naar Russische tandartsen, maar ook de pijn. Na weer een pijnscheut accepteer ik haar aanbod. De andere stemmen ook toe.

De behandelkamer ziet er opvallend modern uit. De tandarts draagt een witte kleding. Hij heeft speciaal voor mij een westers muziekje opgezet. Het nummer: ‘highway to hell’ klinkt zachtjes door de ruimte. Hij vraagt me de betreffende kies aan te wijzen. Tikt er eens tegen, waarbij ik bijna tegen het plafond schiet, terwijl ik een luide kreet slaak. Hij lacht maar wat. Leidt me naar een ruimte, waar met grote plakkaten staat aangegeven, dat we hier met gevaar voor straling te maken hebben. Er wordt een foto van mijn gebit gemaakt. Dit stelt me gerust. Weet ik tenminste zeker, dat de juiste kies behandeld wordt.

De behandeling valt me 100 % mee. Hij werkt efficiënt en deskundig. Na een kwartiertje is het leed geleden. Pijn weg, ook nadat zijn verdoving is uitgewerkt. Mijn tong voelt nog een beetje dik aan. We rekenen niets af, wat me verbaast. Ik bedank de mensen in de wachtkamer. Ze zien dat ik van mijn pijn verlost ben en knikken we me vriendelijk toe.

Buiten lopen we naar een spaarbank toe. Op mijn vraag, waarom, antwoord mijn vrouw, dat de tandarts graag zonder nota in euro’s betaald wil worden. Op mijn vraag: hoeveel, zegt ze: 25 euro. Ik moet lachen om de prijs: ongelooflijk goedkoop. Had ze het maar direct gezegd, ik heb toevallig nog 25 euro in  mijn portemonnee zitten. Die zijn we maar gaan brengen, waarna we een grote wodka bestellen, om de napijn te behandelen. Deze keer helpt het.