Selecteer een pagina

Ruziënde stemmen buiten op straat. Het is 3 uur ’s nachts. Er staat een bovenraampje open vanwege de hoge binnentemperatuur. Ik wordt er wakker van. Meestal draai ik me om, val na enkele minuten weer in slaap. Dat lukt me nu niet. De denkmachine in mijn hoofd komt op gang en laat zich niet meer uitzetten. Dat heb ik soms. Het ruziën buiten houdt aan. Ik stap geruisloos uit bed. Loop naar de keuken. Daar schuif ik een gordijn open. In het vage licht van een lantaarnpaal zie ik een man bij een auto staan. Hij spreekt afwisselend luid en zachtjes. Vanuit de auto wordt erop gereageerd. De woordenwisseling eindigt abrupt. De man buiten geeft een trap tegen de auto. Loopt vervolgens weg. Even is het spannend. Wordt er vanuit de auto een tegenactie ondernomen? Ik hoor de motor starten. Het voertuig, een aftandse Lada, rijdt weg. Een kapotte uitlaat zorgt voor nog meer lawaai.  Stilte daalt weer over de stad.

Nachten in deze wijk zijn in het algemeen rustig. Hoge flats staan in vierkanten om parkeerterreinen, straten en parkjes. De meeste bewoners werken, vaak allebei. Rust in de nacht is een vereiste. Het geluid bijvoorbeeld van kapotte uitlaten verstoort die rust, maar dat is meestal een kwestie van enkele minuten. Als de auto eenmaal geparkeerd staat is het afgelopen. Zelden hoor je mensen praten of schreeuwen. Het komt wel eens voor. Afhankelijk van hoe lang het duurt of hoe intensief het klinkt, wordt soms de politie gebeld. Ik heb nog nooit een bewoner zelf op de overlast zien afstappen. Eerder trekt men een kussen over het hoofd, dan buiten, midden in de nacht een kwetsuur te riskeren.

Subtieler maar niet minder hinderlijk is het als een automobilist, vanwege de kou, een tijdlang de motor laat draaien. In het voertuig vindt een interessant gesprek plaats. Dat moet je warm houden. Ook hier liggen omwonenden te gedogen. Zelfs al sijpelen uitlaatgassen door geopende ramen naar binnen. Nu wonen wij in een tamelijk rustige wijk. Van de televisie weet ik, dat het ook anders kan. Er zijn woonwijken, waar regelmatig politie auto’s met blauwe zwaailichten staan. Eromheen mannen met getrokken wapens. Ook hierbij zijn geen bewoners te zien. Lijkt me verstandig. Mocht het tot een schieten komen, dan kun je maar beter achter muren verblijven.

De nachten in de deze Russisch miljoenenstad zijn meestal rustig. Ik heb het over de wijken buiten het centrum. Hier wordt overdag hard gewerkt en dient de nacht om energie op te doen. Ik schrik op. Op enige afstand, ik schat twee wijken verder, steekt iemand vuurwerk af. Overgehouden aan de oudjaarsnacht. Het moet toch een keer gebruikt worden. Een honderd-klapper, zwaar kaliber. Gedurende zo’n drie a vier minuten klinkt een reeks van ontploffingen. Een laatste klap en het is klaar. Rust keert weer.

Ik kijk uit het keukenraam. Er is niets te horen. Er is niets te zien. In het schemerlicht van de schaarse lantaarnpalen geen beweging. Het is nacht. Sint-Petersburg slaapt. Rond vijf uur zal de stad ontwaken. Ontstaan de ochtendgeluiden. Trams die aan hun dienst beginnen hoor je, afhankelijk van de windrichting, langskomen. Er komt beweging op de parkeerplaatsen. Vroege vogels starten hun voertuigen, gaan op weg naar hun werk. Ik wacht dit alles niet af. Mijn gedachten zijn tot rust gekomen. Ik trek het keukengordijn dicht. Doe een plas. Kruip in het warme bed naast mijn geliefde. Ik sluit de ogen. Na enkele minuten verblijf ik in een andere wereld en bereiken geluiden van de straat mij niet meer. Ik hul me in de stilte van de nacht.