Selecteer een pagina

Het is al weken achtereen warm in Sint-Petersburg en omgeving. Vrijwel iedere dag temperaturen rondom de 30 graden. Het zal niet verbazen, dat inwoners de stad ontvluchten en verkoeling zoeken bij een plek aan het water. Rivieren, meertjes, de zee. Zwemmen, surfen, spelevaren. Het is vakantie tijd. Voor veel mensen een geluk bij een ongeluk. In hun kleine flatjes is het niet vol te houden. Je ziet wel plekken waar de muur doorboord is met een grote  airco, maar die plekken zijn schaars. De meeste inwoners moeten het hebben van gesloten gordijnen en de spaarzame wind die blaast.

Aan de Finse golf is het een drukte van jewelste. Ook nog eens omdat het reizen vanuit Rusland, door Coronamaatregelen vrijwel onmogelijk is. Ook hier heersen onmogelijk temperaturen, maar het gladde wateroppervlak is in verhouding tot het land wat koeler. De wind die er overheen waait brengt een beetje verlichting. Aangenaam aan het strand vertoeven is er helaas niet bij. Op het strand kun je alleen met beschutting verblijven. Parasols en kleine tentjes bieden enige weerstand. Om bij je plekje te komen moet je door het zand. Dat is door de huidige temperaturen opgewarmd tot een ondraaglijke hoogte. Met blote voeten loop je hier letterlijk brandwonden op. Schoeisel aan dus. Zwemmen is niet echt fris hier. Door de overmatige warmte is er sprake van ernstige algenvorming. Iedere dag ligt er een strook blauwgroene smurrie langs het water. Je moet daar eerst doorheen om bij schoner water te komen.

De algen vallen te verklaren. Je kunt de Finse golf als het afvoerputje van Sint-Petersburg beschouwen. De rivier Neva die door de gehele stad stroomt mondt uit in de Finse Golf. Een groot deel van dit water is zoet. Dat zegt iets over het uitstroomgebied van de rivier. Het is duidelijk, dat het afgevoerde water uit de stad  zich niet mengt met het water van de Oostzee, waar de Finse Golf in overgaat. In het water bevinden zich grote hoeveelheden voor algen voedselrijke stoffen. Wij noemen dit milieuschadelijke stoffen. Weet aan de Finse Golf dus, waarin je zwemt.

Het weerhoudt de talloze badgasten niet. Iedere ochtend worden pogingen ondernomen om de blauwgroene smurrie te verwijderen. Op bepaalde plekken worden die op een grote hoop geveegd. Om te drogen. Die heuvels worden steeds verder opgehoogd. Vroeg of laat gaat de fik erin. Soms ontstaat er brand door broei binnen in het bouwwerk. De stank dichtbij is ook niet erg aangenaam. Men blijft er uit de buurt. Behalve als het strand overvol raakt en men noodgedwongen richting afvalberg opschuift, de stank voor lief nemend. In voor- en najaar heb ik gezien dat er watermetingen werden verricht. Men hield de waterkwaliteit goed in de gaten. Of dat in het zomerseizoen ook gebeurt? Ik mag het hopen.

De avond brengt verkoeling. Overal ruik ik verschroeid vlees. De vele barbecueplekken vormen gezamenlijk een enorme bakoven. Dit komt er voor een verstokte vegetariër ook nog eens bij. Veel geluiden, een kakafonie van gepraat en gezang. Maar ook muziekboxen, die wedijveren om gehoord te worden. Plots valt mijn oog op een vrouw die in het zand staat te springen. Is het zand nog zo heet? Aan haar manier van springen zie ik dat het niet door de hitte is. Tussen de sprongen neemt ze behoorlijke pauzes. Het is een fotomodel. De fotografe vindt dit een geschikt moment om een sessie te doen. In een jurk gekleed springt het model op en neer. Als ze van het zand los is maakt de fotografe een foto. Het is niet bijster origineel, maar het werkt wel. De fotoserie krijgt de naam: Brandend zand.