Selecteer een pagina

Terwijl ik de gordijnen van de keuken dichttrek valt mijn oog op een afvalcontainer in de verte. Ik weet het even niet zeker, maar ik zie vlammen uit de ijzeren bak komen. Een onheilspellend gezicht in een dichtbevolkte woonwijk. Ik waarschuw mijn vrouw, die tamelijk onverschillig reageert. Iemand anders zal al wel hebben gebeld naar de brandweer. Dat blijkt te kloppen want zo’n vijf minuten later hoor ik het geluid van sirenes en zie ik blauwe zwaailichten. Een grote ladderwagen draait de straat in op weg naar de brandende container. Binnen de kortst mogelijke tijd zijn de vlammen gedoofd en is de rust in de wijk hersteld. De blauwe zwaailichten zijn nog een tijdje te zien door het nablussen.

Ik kom er vrijwel dagelijks langs: de afval container. Ik gooi er vrijwel nooit iets in. Er staan in Sint-Petersburg containers op centrale plekken in de wijk, waar de inwoners van  de omliggende huizenblokken hun afval in kunnen werpen. Ook zijn er huizenblokken -die men hier corpus noemt- waar het vuil ‘aan huis’ wordt opgehaald. In zo’n flat bevindt zich meestal een stortkoker. Onder de stortkoker staat structureel een verrijdbare kleine container. Die wordt eens per twee dagen door de schoonmaakploeg aan de straatkant gezet en geleegd door de stadsreiniging. De grote -eerder genoemde container- staat er niet alleen voor het huisvuil. Mensen gooien er ook hun grote afval in. Bij verbouwingen zie je soms hele kamers in de ijzeren bak verdwijnen. Ze zijn hoog. Er staat geen ladder bij. Alles moet er van beneden af ingeworpen worden. Dat gaat wel eens mis.

Op stille momenten zijn er mannen, die in de bak klimmen op zoek naar waardevolle spullen. Wat voor de een afval is kan voor de ander bruikbaar zijn. Er vindt hier eigenlijk een natuurlijke afval kringloop plaats. Je moet er wel de stank en de vuiligheid voor trotseren. Ik heb een oude laptop liggen, die voor mij geen waarde meer heeft. Ik denk hem in de stortkoker te werpen, nadat ik de harde schijf met vitale gegevens eruit gehaald heb, maar hij past niet. Ik kan hem gewoon aan de straatkant zetten, maar daar geneer ik me voor. Dan maar naar de grote container. Daar ben je altijd anoniem. Met een goede worp hoor ik de laptop een zachte landing maken. Het bijpassende voedingssnoer gooi ik er achter aan. Weg is weg,

De volgende dag zie ik in de bak verschillende mannen die fanatiek in het vuil staan te graven. Als ik naderbij kom tref ik beneden een man aan met mijn laptop onder zijn arm. De voeding ontbreekt. Hij voert een drukke discussie met de mannen bovenin. Ineens klinkt een kreet. Een van de mannen zwaait triomfantelijk met de voeding van mijn laptop. Hiermee is de vondst compleet en de operatie geslaagd. Met zijn vieren verdwijnen ze in de woonwijk. Ik hoop dat ze een beetje verstand van laptops hebben, want zonder harde schijf doet zo’n ding niet veel.

Een containerauto komt één keer per week langs om de container te vervangen. De volle neemt hij mee, nadat hij er een lege heeft neergezet. Waar het naartoe gaat? Of het gescheiden wordt verwerkt? Geen idee. Ik vrees van niet. Alles gaat hier op een grote hoop. De plek waar de  container staat is omgrensd met stenen muren. Het wordt goed schoongehouden, opdat ratten en ander ongedierte geen kans krijgen. Er is het stadsbestuur veel aan gelegen om de wijken schoon te houden, de gedachte zal zijn, dat vuil op straat asociaal gedrag in de hand werkt. Een schone stad zorgt voor tevreden mensen.