Selecteer een pagina

Als ik thuis ben, terwijl mijn vrouw hard werkt kook ik meestal. Als zij moe terugkeert is het prettig, dat er een maaltijd klaarstaat. Maar wat te koken? Vandaag wil ik haar eens verrassen met een oerdegelijke Hollandse maaltijd. Een klein probleem wat hierbij altijd speelt: ik eet geen vlees en zij wel. Nu heb onlangs het adres van een winkel gekregen, waar ze vegetarische hamburgers verkopen. In het begin van de Kommendantsky prospekt.  Iets voor de Raffeisenbank. Ik daar naartoe. Het adres is vijf bushaltes van ons verwijderd. Dat kost tijd. Want als ik de winkel al vind, ik moet ook weer vijf bushaltes terug.

Het vinden van de winkel is niet eenvoudig. Ik dacht het goed te hebben voorbereid, met behulp van ‘Google maps’. Op het trefwoord ‘vegetarian’, vond ik een adres, dat overeenstemt genoemde plek. Het nummer is 13. Een nummer in Sint-Petersburg zit niet vastgeplakt aan een huis, maar aan een huizenblok. In dit geval strekt nummer 13 zich uit over bijna twee bushaltes. Een van de ramen in de gevel is de winkel waar ze vegetarische hamburgers verkopen. Na verschillende deuren te zijn binnengestapt kom ik opeens in een supermarkt, waar van alles in de diepvries ligt. Ik krijg hulp van een toevallige Engelssprekende bezoeker, als ik een winkelmeisje om vegetarische producten vraag. Als mijn tolk het vertaalt loopt ze voor mij uit en wijst mij op de diepvries hamburgers die geen vlees bevatten.

In de dichtstbijzijnde supermarkt is het een sport om groente te vinden. Ik had een maaltijd met aardappels en groente in mijn hoofd. Door de boycot is er enorme schaarste aan groenten. Het enige wat ik zie zijn winterwortels en groene kool. In mijn hoofd had ik een recept van sla, gekookte aardappelen en bijvoorbeeld broccoli. Niet te krijgen. Als flauw alternatief heb ik maar voor gemengde diepvries groenten gekozen: bloemkool, worteltjes en sperziebonen. Die vallen blijkbaar niet onder de boycot. Voor mijn vrouw wat hamburgers van echt vlees. De buit is binnen.

Het duurt zeker nog een uur tot mijn vrouw terug is. Ik heb honger, maar beheers me. Ik bereid de maaltijd voor. Zet het panklaar het op fornuis. Zo’n half uur voordat zij naar huis komt, zal ik beginnen met koken. Ineens wordt er op de deur geklopt. De bel boven is al jaren stuk. De enige methode om toch gehoord te worden is hard op de voordeur kloppen. Ik luister aan de binnenkant en ik roep: “Who is there?” Het zal niet de eerste keer zijn, dat mannen met kwade bedoelingen op deze manier een huis binnendringen. Op hetzelfde moment belt mijn vrouw op. Ze is vergeten om mij te zeggen, dat Fjödör langskomt, om wat kleding van zijn vrouw af te geven. Op mijn roep: “Fjödör?”, klinkt een geruststellend: “Da.”

Fjödör spreekt goed Engels, dus de communicatie verloopt vlot. Hij heeft een flesje Armeense cognac meegenomen en stelt voor een glaasje te drinken. Dat valt bij mij in goede aarde. Zo tegen het avondeten neem ik wel vaker een aperitiefje. Na een uurtje vertrekt hij. Nog geen vijf minuten later komt mijn vrouw thuis. Ze treft de maaltijd aan op het fornuis zoals ik hem er een uur geleden heb neergezet. Ik verontschuldig  me op alle mogelijke manieren. Probeer het een beetje in Fjödörs schoenen te schuiven. Gelukkig is mijn vrouw in een goede stemming. Ze lacht er wat om en stelt voor om voor het eten samen nog een glaasje Wodka te drinken. Ondanks het aantal glaasjes dat ik inmiddels op heb lukt het me goed om een oer Hollandse maaltijd op tafel te krijgen.