Selecteer een pagina

grafmonument

Waar op een Nederlandse begraafplaats het grind onder je voeten knerpt, hoor je hier alleen maar stilte. Het pad is een bospad. De winter is voorbij. Het is nog fris op begraafplaats Volkovo. Om mij heen zwijgen de doden. Grafstenen en bloemen maken duidelijk dat hier de restanten van mensen liggen. Russische mensen. Wat maakt het uit? Na de dood is iedereen gelijk.

Het is trouwens niet helemaal juist dat hier alleen maar Russen liggen. Op deze begraafplaats liggen ook buitenlanders. Volkovo wordt wel de Lutherse begraafplaats genoemd. Er liggen hier vooral veel Duitsers. En Nederlanders. Rond 1730 trokken inwoners van het dorp Vriezenveen met huifkarren naar de stad van Peter de Grote: Sint-Petersburg. In hun huifkarren hadden ze handel. Handgemaakt linnen van hoge kwaliteit. In korte tijd explodeerde hun omzet. Zij vestigden zich in deze stad. Nederlanders die er stierven werden begraven op Volkovo. Ze worden Rusluie genoemd.

Ergens op deze begraafplaats bevindt zich een herinnering aan die tijd. Het is het grafmonument van de toentertijd zeer welgestelde familie Engberts. Tot voor kort was dit graf sterk verwaarloosd, maar een stichting uit het huidige Vriezenveen heeft met behulp van fondsen en donaties het oude graf in ere hersteld.

Hier nu ligt het doel van onze wandeling. Wij gaan het graf bijhouden. Er groeit onkruid tussen de steentjes, de marmeren afbeeldingen moeten gepoetst. Het grind moet worden aangeharkt. Het moet er allemaal weer pico bello uit gaan zien. Af en toe passeert ons een auto over de smalle begraafplaatsweggetjes. In principe parkeert men bij de ingang, maar diverse Russen vinden dat ze een uitzondering vormen: moeder loopt slecht, ze hebben schoonmaakspullen bij zich, er was geen plaats meer op de parkeerplaats…

Het graf zelf ligt temidden van vers gedolven graven. Bloemen liggen te verpieteren of zijn onlangs ververst. Bij veel graven zie je foto’s van de overledene. Die zijn geëtst op marmeren stenen. Daaronder de data van geboorte en overlijden. Het maakt de graven persoonlijk. Een soort “social media” profiel, maar dan voor het hiernamaals. Het is een vreemde gewaarwording. Door de foto’s liggen er mensen in de graven. Geen lijken.

De gifspuit is tevoorschijn gehaald. Op het graf van de familie Engberts wordt gif gemengd: een aantal delen water met een deel gif.  De tekst op de giffles is in onbegrijpelijk Russisch, maar de tekens die er op staan liegen er niet om. We dragen handschoenen en mondkapjes. Er wordt driftig op los gespoten. Hier zien we ook de dood intreden: onkruid verschrompelt. Over twee weken komen we terug, om de plantenresten te verwijderen. Het grind aan te harken. Het graf van de familie Engberts zal er weer een aantal maanden keurig netjes bij liggen.

Als we klaar zijn  met ons werk, zetten we ons op een bankje. De wind waait licht door de bomen. Een plotselinge zonnestraal breekt door de wolken. Het grafmonument licht op. Op deze dodenakker mijmer ik weg. Vriezenveners, 2400 km van huis, overleden aan een ziekte of aan ouderdom. Misschien wel om het leven gebracht. Begraven in deze wereldstad. Even voelt Nederland ver weg. Een vlaag heimwee. Naast mij zit mijn vrouw. Liefde, waar ook ter wereld, overbrugt alles. Sterven, waar ook ter wereld doet dat ook.

De restanten gif, het afval en de  mondkapjes worden bij het afval gedeponeerd. Onze taak zit erop. De familie Engberts ruste in vrede.