Selecteer een pagina

Tot het eind van het jaar kwakkelde het in Sint Petersburg. De winter heeft zichzelf hervonden. Nu lopen we over het paleisplein. Dik ingepakt, want het is 21 graden onder nul. Op het plein staat een lange rij mensen om bij de Hermitage naar binnen te mogen. Even later, als we staan te wachten bij een stoplicht, horen we achter ons Nederlands spreken. We draaien ons om en raken in een kort gesprek.  Drie toeristen die een paar dagen in Sint Petersburg verblijven. Ze vertellen dat ze gisteren in de rij stonden bij de Hermitage in deze kou. Na verloop van tijd zijn ze afgehaakt. Vandaag een nieuwe poging. Hadden ze zich door ons laten gidsen, dan hadden ze direct via een  andere ingang naar binnen gemogen. Geen wachttijd. Je moet het maar weten.

Iedereen is warm gekleed. Ik zie veel bont om de hoofden van mensen. Of als mantel. Warme schoenen zijn onontbeerlijk. Ik dacht een paar goede schoenen uit Nederland te hebben meegenomen, maar mijn vrouw leert me: bij deze temperaturen heb je schoenen nodig die met natuurlijk bont  gevoerd zijn. Samen zijn we gaan shoppen en uiteindelijk vonden we een geschikt paar in mijn maat. Want omdat ik maat 46/47 heb, valt het in Rusland nog niet mee om voor mij schoenen te vinden. Ik loop nu met warme voeten door de stad. De wind blaast bitterkoud in mijn gezicht. Ik heb een muts van bont op mijn hoofd, die mijn oren bedekt. Daarmee red ik het.

Ik besefdat wij in Nederland geen echte winters meer gewend zijn. Ik heb een aantal keren in mijn leven een strenge winter meegemaakt, maar dat is lang geleden. De huidige winter in Sint-Petersburg brengt alles terug. Voorzichtig lopen. Het kan overal glad zijn. Sneeuw knerpt onder mijn voeten. Mijn adem komt als wolkjes uit mijn mond. Maar er is ook winterpret. Sleetjes worden tevoorschijn gehaald. Ouders slepen kinderen naar boven, die vervolgens in een vaartje een helling afglijden. Mensen komen langs met ski’s en stokken. Ze gaan langlaufen.  Volop genieten dus. Russen noemen deze periode: de Kerstkou. Vanaf nieuwjaar tot de Russische Kerst (8 januari) is het hier vrijwel altijd extreem koud. Ik tref het dus.

Tot min 20 graden houdt de stadsverwarming een stad als deze binnen op temperatuur. Als het kwik verder daalt, neemt de verkoop van straal- en ventilatorkacheltjes toe. Evenals het verbruik van elektriciteit. Russische winters kunnen bar en boos zijn. Men is het gewend. Men is er op voorbereid om zo’n periode te overleven.

We zitten in de tram naar huis. Het is een tramstel uit de jaren ‘50. Echt warm kun je het binnen niet noemen, maar we zitten uit de wind. Schommelend ploegt het voertuig over de met sneeuw bedekte rails. We zijn nog ver van huis, als een ons tegemoetkomende tram tussen twee haltes stilvalt. Twee seconden later overkomt onze tram hetzelfde. De lichten in de tram springen in de spaarstand. In de schemer kijken we naar elkaar en naar buiten. Dat wordt een koude nacht in de tram bedenk ik me. Iedereen in de stad heeft zijn elektrische kacheltje aangezet. Nu is er vast geen elektriciteit meer om de trams te laten rijden.

Na tien minuten komt de geruststellende mededeling dat het probleem is opgelost. Zowaar de tram komt in beweging. Het wordt weer wat behaaglijker omdat de vooroorlogse verwarming toch zijn steentje bijdraagt. Ontspannen zakken we onderuit. Met vallen en opstaan zullen we ook deze winter doorkomen. Het kan vriezen, het kan dooien. Zolang ik mijn schoenen en mijn bontmuts maar draag voel ik me als een Iwan van de steppen.