Selecteer een pagina

Om de zoveel tijd brengen we medicijnen en voedsel mijn schoonmoeder. Moeder is 84 en ze woont nog zelfstandig. In Rusland zijn ouderen daartoe vaak genoodzaakt, omdat er geen verzorgingstehuizen of aanleunwoningen bestaan. Ze leunen na een zekere leeftijd op hun kinderen. Die nemen hun verantwoordelijkheid en zorgen ervoor, dat hun ouders overleven. Soms worden buren ingeschakeld, tegen geringe betaling, want je kunt niet iedere week met je vader of moeder rekening houden.

Ouders zonder kinderen, of ouders van wie de kinderen de verantwoordelijkheid niet nemen, treffen het slecht. Ouderen ontvangen iedere maand staatssteun. Een bedrag van omgerekend € 200 per maand. Maar niemand let nog op hun mentale of fysieke gezondheid. Zo komt het, dat je soms tegen schrijnende tafereeltjes aanloopt. Een oud vrouwtje, dat met een bezem een deel van de metro gang schoonveegt. Bedelende ouderen, die zelfs geen geld hebben om hun dagelijks brood te kopen. Ze staan op straat of in de metro met een plastic bekertje. De één kijkt je indringend aan. De ander hangt voorover als een toonbeeld van ellende. Als het echt niet meer gaat, dan grijpt de overheid in. Ze worden ze opgeraapt en afgevoerd naar overvolle staatsklinieken.

De moeder van mijn vrouw heeft genoten van ons gezelschap. Ze kookt altijd iets als we komen. De onvermijdelijke fles van op gele bessen gebaseerde drank met wodka staat altijd op tafel. Zelfs al is het ’s morgens 10.00 uur. Er moet minimaal één glaasje gedronken worden.

In een montere stemming lopen we dan terug over de campus van de Polytechnische universiteit. Het terrein is openbaar. Er lopen veel mensen aangezien de campus veel routes bekort. Studenten zien we niet, die zitten binnen en volgen colleges. Er staan hier auto’s geparkeerd. Het ontbreekt hier aan fietsen. Studenten in Sint-Petersburg reizen met het openbaar vervoer. Op het eind van onze wandeling vlak voor metrostation: Polytechnicheskaya staat een eenvoudige kerk. Mensen die naar buiten lopen draaien zich demonstratief om. Maken met een groot gebaar een kruis. Wat meestal een keer of drie herhaald wordt.

Wij gaan naar binnen. Een serene rust daalt over ons. De iconen kijken ons aan. Eenmaal ondergedompeld in deze sfeer weet ik zeker, dat alles goed komt. Met het leven. Met de wereld. Terwijl mijn vrouw kaarsjes koopt, ga ik zitten. De sfeer doet de rest. Een oude vrouw komt op mij af. Ze gaat voor mij staan en begint te gebaren. Ze wijst op mijn benen. Even begrijp ik het niet. Zit er een gat in mijn broek? Nee, ik zit met de knieën over elkaar. Dat is op een heilige plek als deze niet toegestaan. Geschrokken zet ik mijn voeten naast elkaar. De vrouw verdwijnt. Even ben ik door het voorval van slag. Het duurt niet lang of kaarslicht en stilte doen opnieuw hun werk. Ik raak in een meditatieve stemming.

Verbeeld ik me het nu, of is het echt zo? Ik hoor een diep gerommel uit de grond opstijgen. Spreken de heiligen tegen mij? Het geluid ebt weg. Mijn vrouw komt met de kaarsjes. Ik moet er ook één aansteken. Welke icoon zal ik nu weer eens kiezen? Ik kies de moeder met kind. Dat ken ik. Terwijl ik de kaars aansteek en neerzet meen ik weer gerommel te horen. Dit is inbeelding, zeg ik tegen mezelf. Eenmaal buiten wordt het raadsel opgelost. We staan pal voor het metrostation. Onder de grond bulderen de metrotreinen. Op bepaalde plekken, vooral de stille, is hun gerommel te horen als stemmen uit de onderwereld.