Selecteer een pagina

Wachten bij metro station Staraya Drevnje levert mooie tafereeltjes op. Het is een druk punt in Sint Petersburg, waar metro en trein een station hebben. Er komen veel bus- en tramlijnen samen. Zoals op elk knooppunt ontstaat er snel een levendige handel. Fruit- en groentekraampjes. Brood en banket, diverse eetkramen met hartige versnaperingen: zoals koolbroodjes, paddenstoelen, pizza’s en kaaskoeken. In het kielzog van deze handelaars met een vergunning bewegen zich de scharrelaars. Tegenover mij staat een slonzige vrouw met een kleine bezem. Voor haar ligt een klein versleten vloerkleedje. Als er mensen langslopen doopt ze de bezem in een glazen pot met sop. Ze begint driftig het kleedje te schrobben. Ze prijst een krachtig reinigingsmiddel aan. Demonstreert het ter plekke. Niemand stopt. Ik vraag me af of ze op een dag wel iets verkoopt.

Naast haar staat een goedgeklede man met sieraden. Ze zijn keurig uitgestald op een tafeltje, waarop hij verhogingen heeft gemaakt. Daarop zijn ze keurig  vastgemaakt. Het ziet er alleraardigst uit, maar de oorbellen, ringetjes en kettinkjes ogen goedkoop.  Zo snel als de mensen de vrouw met de bezem voorbijlopen, zo snel passeren ze de sieradenman. Bezemvrouw en sieradenman, ze hebben het gezellig met elkaar. Staan hier vast vaker. Een mooie vorm van dagbesteding met minimale inkomsten. Houd er de moed maar in.

Iets verder zie ik een oud vrouwtje. Naast haar staan drie flessen met een witte vloeistof. Melk? Karnemelk? Al zou het product gratis zijn, ik zou het niet aandurven het te gebruiken. Weet ik waar het vandaan komt? Hoe oud het is? Het staat er bovendien in de brandende zon. Nee, als ik het vrouwtje iets zou gunnen is het een gift. Waarschijnlijk denken sommige passanten er net zo over, want af en toe krijgt ze wat geld toegestopt. De melk mag ze houden.

Plotseling is er beroering tegenover mij. Ik zie de man en vrouw van sieraden en bezem opveren. Ze kijken scherp naar links. Ik kijk ook die richting uit, maar ik zie niets. Ze verzamelen ineens hun spulletjes. Rustig, niet in paniek. Ze draaien zich om. Gaan met hun rug naar mij, achter een dikke pilaar staan. Ze kijken geconcentreerd in de verte. Nu zie ik de reden van hun handelwijze: er komt een geüniformeerde man aanlopen. Op zijn borst een bord. Daarop een tekst die spreekt van straathandel zonder vergunning, met de daarbij behorende boetes. Hij kijkt streng om zich heen. Ziet de twee achter pilaar staan. Loopt langzaam door. Het omaatje wordt met rust gelaten. Voor ouderen gelden hier andere wetten.

Als hij ver genoeg verwijderd is, komen de bezem en de sieraden weer tevoorschijn. Alles wordt weer op zijn plaats gezet. De vrouw schrobt met hernieuwd enthousiasme haar matje. De man poetst zijn sieraden nog eens op.

Waarom greep de beambte niet in? Zelfs met je ogen dicht kan je zien dat hier twee straathandelaren dekking zoeken? Ik vroeg het aan mijn vrouw. Zij zei dat de beambte een straathandelaar op heterdaad moet betrappen. Dus op het moment van een verkoop of als de waren uitgestald staan. Dat heterdaadje vindt dus nooit plaats. Zo bestaan beambte en handelaren vredig naast elkaar. Komt hij langs en staat de boel uitgestald, dan grijpt hij in. Dan doorlopen? Valt niet verkopen aan het langslopend volk.

Het is mij geheel duidelijk. We staan op het punt verder te lopen, als ik vanuit mijn ooghoeken het omaatje een fles van haar witte vloeistof zie opendraaien. Ze kijkt om zich heen. Neemt een klein slokje van de witte vloeistof. Daarna nog eentje. Schroeft de fles dicht. Zet hem weer  te koop. Het is een warme dag.