Selecteer een pagina

En zo komt het, dat ik in de straten van Sint-Petersburg loop. Alles lijkt op hoe het ruim een jaar geleden was. Maar schijn bedriegt. Gezichtsmaskers werden gedragen door Chinezen en Koreanen. Geen Rus met een gezichtsmasker te bekennen. Nu loopt vrijwel iedereen met een gezichtsmasker en zijn er geen Chinezen of Koreanen te bekennen. Dat is de realiteit aan de buitenkant. Inmiddels gaan er hier in Rusland gemiddeld 400 mensen per dag dood aan het Coronavirus. Dat is niet veel op een inwonertal van een miljoenen, maar het is genoeg om veel Sint-Petersburgers grote schrik aan te jagen. Het dragen van een gezichtsmasker in  openbare ruimten is in principe verplicht. Het houden van 1,5 meter afstand  wordt aangeraden. Op veel plekken staat met tape aangegeven hoe groot die afstand is.

We zijn in een administratiekantoor in een van de stadswijken. Het is ons niet duidelijk, of ik mij wel of niet moeten laten registreren, aangezien ik ingeschreven sta op het adres van mijn vrouw. In een ruimte van 25 x 25 meter staat het vol met mensen. De meesten dragen gezichtsmaskers. Een aantal aanwezigen draagt er geen. Grote rijen voor de schaarse loketten. Er komt een man binnen die veel kabaal maakt. Het blijkt een van de daar werkzame beambten  te zijn. Ik verwacht dat hij op gezichtsmaskers gaat controleren, maar hij vraagt naar paspoorten. Aan een andere loslopende beambte vragen we om duidelijkheid omtrent mijn verblijfsstatus. Zij zegt dat het niet nodig is om te registreren. Opgelucht verlaten we het gebouw. Het is buiten zo’n 17 graden Een week geleden was het hier 26 graden. Ik stel me voor hoe het er dan van binnen had uitgezien. Onze wegen scheiden.

Ik meld me bij een klein winkeltje, met een groot bord: remont. Ik ken het woord, omdat een verbouwing hier ook zo heet. In dit geval gaat het om reparatie en herstel van telefoons. Ik heb in een onvoorzichtige actie een van mijn telefoons naar de knoppen geholpen. Ik hoop dat hij hier nog te repareren valt. Daarbij speelt mee, dat de arbeidskosten hier zo laag zijn, dat het al snel de moeite loont om je telefoon te laten repareren. Achter de toonbank een techneut. Het bekende spel van taalhindernissen start. Met behulp van Google translate, maak ik hem duidelijk, dat de telefoon na een herstart is vastgelopen en niet meer aan de praat te krijgen valt.

Hij zal een diagnose stellen. Die kost me 500 roebel. Uit de diagnose zal blijken of de telefoon te repareren valt en tegen welke kosten. Of dat het een hopeloze zaak is. Ik krijg een officieel ontvangstbewijs mee, plus de overeenkomst voor de diagnosekosten. Ik zet twee handtekeningen. Binnen een à twee dagen zal hij mij bellen.

Weer op straat valt het me op hoe druk het op bepaalde plaatsen is. Vooral op oversteekplaatsen stormen bij groen licht grote groepen op elkaar af. Om de twee minuten herhaalt zich dit tafereel. Afstand houden is er niet bij. Ik kom heelhuids aan de overkant. Daar stel ik mij op bij een tramhalte. Naarmate de wachttijd vordert neemt het aantal wachtende mensen toe. De naderen de tram belooft weinig goeds. Als hij arriveert blijkt hij overvol. De wachtenden persen zich zo goed en zo kwaad als mogelijk het voertuig in.

Als ik in een winkel voor elektronica terechtkom, om eventueel een andere telefoon  uit te zoeken, kan ik rustig kijken en vergelijken. Zodra ik de hulp van een winkelbediende inroep word ik gemaand om een gezichtsmasker voor te doen, want dat schijnt verplicht te zijn.